Elk kind heeft wel eens moeite met zich te concentreren. Bijvoorbeeld omdat het morgen jarig is of omdat het buiten sneeuwt. Het kind kan zijn aandacht dan niet bij de leertaak houden. Een groot deel van dit soort concentratieproblemen op school zijn dan ook vaak motivatieproblemen. Het kind zal, als het zelf een taak kiest - bijvoorbeeld het maken van een tekening van de verjaardag en de cadeautjes - wel concentratie kunnen opbrengen.
Er is echter pas sprake van een concentratieprobleem als het kind voortdurend niet in staat is gedurende langere tijd zijn aandacht bij hetzelfde te houden. Het kind kan de aandacht niet goed bundelen, niet goed richten en niet of niet lang vasthouden.
Dit kan verschillende oorzaken hebben. Deze oorzaken kunnen in het kind liggen, maar ook bij de leerkracht, de omgeving van het kind of de onderwijsleersituatie.
Een concentratieprobleem dat niet opgemerkt wordt, kan grote gevolgen hebben. Het meest voor de hand ligt dat het kind een leerachterstand op zal lopen omdat de onderwijstijd niet ten volle benut wordt.
Andere gevolgen van concentratieproblemen kunnen zijn:
1. Hoe kom ik achter de oorzaak van een concentratieprobleem?
Concentratieproblemen zijn 'lastige' problemen. Ze kunnen heel verschillende oorzaken hebben. Ze kunnen het gevolg zijn van leerlingkenmerken, leerkrachtkenmerken, kenmerken van de onderwijssituatie of omgevingskenmerken. Het is daarom belangrijk om u goed te oriënteren op mogelijke oorzaken van het concentratieprobleem. De onderstaande tips kunnen hierbij in willekeurige volgorde gebruikt worden.
Loop vervolgens uw bevindingen na en ga na of er een oorzaak aan te wijzen is voor de concentratieproblemen van het kind.
Als de concentratieproblemen voortvloeien uit de omstandigheden (leerkrachtgedrag, onderwijsleersituatie) maak dan een plan van aanpak en schakel collega's in bij het veranderen van deze omstandigheden.
Als u vermoedt dat de oorzaak ligt in het kind, is het verstandig om hulp van deskundigen in te roepen.
Observeer het kind gedurende een periode aandachtig op basis van een voorlopige hypothese
Een kind met een concentratieprobleem kan veel verschillende symptomen vertonen, die meestal in combinatie voorkomen. Bijvoorbeeld:
Het is verstandig om het kind te observeren in allerlei verschillende situaties op school. Bekijk hoe lang het kind bezig kan zijn met iets. Bijvoorbeeld tijdens de lessen, op de speelplaats, tijdens de gymles, bij momenten van vrij werken. Bepaal in welke situatie het probleem het duidelijkst naar voren komt.
Analyseer uw eigen gedrag
Niet alleen het kind, maar ook de omgeving speelt een rol bij concentratieproblemen. U als leerkracht maakt daar ook deel van uit. U bent immers de spil in de klas. Stel uzelf de volgende vragen:
Analyseer de onderwijsleersituatie
Bij het analyseren van de kenmerken van de onderwijsleersituatie zijn de volgende aspecten belangrijk:
Praat met ouders/verzorgers van het kind
Schenk aandacht aan bijvoorbeeld de volgende aspecten:
2. Hoe pak ik concentratieproblemen aan?
Als u meer zicht hebt gekregen op de oorzaak van het concentratieprobleem van het kind is het belangrijk om er wat aan te gaan doen.
Zoek veel contact met het kind
Door voortdurend contact te zoeken en te houden met concentratiezwakke kinderen probeert u ze te helpen zich te houden aan geldende regels.
Als de kinderen de klas binnenkomen bijvoorbeeld, kunt u in de buurt gaan staan van waar het kind zijn jas neerhangt. Uw aanwezigheid kan al preventief werken. Zorg er overigens voor dat duidelijk is waar de kinderen hun jas op kunnen hangen.
Bij een kringgesprek is de plek waar een kind met een concentratieprobleem gaat zitten belangrijk. U kunt het kind recht tegenover u plaatsen en proberen door middel van oogcontact het kind zich te laten houden aan de regels. Een andere plek is naast u. Een lichte vorm van lichamelijk contact kan vaak al heel sturend zijn.
Geef kinderen ook gelegenheid zich minder geconcentreerd bezig te houden
Voor concentratiezwakke kinderen kan de boog niet zo lang gespannen staan. Wissel daarom geconcentreerde periodes af met periodes waarin het kind minder geconcentreerd hoeft te zijn. Het moet echter wel duidelijk zijn wanneer een geconcentreerde periode begint en ophoudt. Dat kan bijvoorbeeld met bordjes. Het kind heeft bijvoorbeeld een bordje tot zijn beschikking met de tekst: Sssst, ik ben aan het werk. Als het bordje niet meer staat, mag het kind even iets anders gaan doen.
Verbeter de kwaliteit van de taak
Geef concentratiezwakke kinderen een gerichte opdracht. Zorg voor weinig afleidende prikkels in de klas. Zorg echter wel voor sfeer en veiligheid in de klas.
Om kinderen met een concentratieprobleem niet te lang aan één opdracht te laten werken, kunt u een opdracht opdelen in kleinere opdrachten. Controleer de deelopdrachten en geef de kinderen direct feedback.
Let ook op de duidelijkheid van de randvoorwaarden waarbinnen de taak moet worden uitgevoerd.
Geef veel feedback op werk en de werkhouding
Voor kinderen met een concentratieprobleem, is het belangrijk dat ze regelmatig feedback krijgen op hun werk. Vergeet daarbij niet ook feedback te geven op de werkhouding.
Daarnaast zijn ze vaak snel de instructie kwijt. Daarom is het van belang regelmatig te controleren of de kinderen nog weten wat ze moeten doen.
Gebruik een vrij strak rooster
Concentratiezwakke kinderen hebben behoefte aan regelmaat en weinig afleiding. Een duidelijk rooster dat steeds opnieuw terugkeert, kan daarbij behulpzaam zijn. Dat kan een dag of weekrooster zijn, afhankelijk van wat de kinderen kunnen overzien. Zet dit rooster bijvoorbeeld op het bord of maak er een speciale poster van (kunnen kinderen ook zelf doen).
Geef in dit rooster ook duidelijk momenten van rust (concentratie) aan, bijvoorbeeld door middel van een vlag of ander teken.
Bevorder het zelfvertrouwen van kinderen
Versterk het gevoel van competent zijn van kinderen door te werken met haalbare taken. Als kinderen merken dat ze geconcentreerd de taken binnen de tijd af krijgen, zullen ze vaker gemotiveerd zijn om geconcentreerd te werken. Als het een keertje niet lukt om een taak goed af te ronden, praat dan met het kind over de reden waarom het dit keer niet gelukt is. Hoe kunt u zelfvertrouwen en de weerbaarheid van kinderen bevorderen kijken op "Werken aan": Zelfvertrouwen en weerbaarheid.
3. Wie betrek ik erbij?
Het kind bevindt zich een groot deel van de dag op school, maar ook een groot deel van de dag thuis. De activiteiten die u op school doet om de kinderen te leren geconcentreerd te werken hebben weinig zin als ze thuis niet ondersteund worden. Het is daarom belangrijk om de ouders/verzorgers van uw bevindingen en activiteiten op de hoogte te stellen.
Daarnaast kunnen de ouders/verzorgers zelf ook een bijdrage leveren aan het verhogen van de concentratiespan van hun kinderen. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat het kind thuis ook een duidelijk 'rooster' heeft. Denk hierbij aan vaste tijden voor bijvoorbeeld huiswerk maken, eten en naar bed gaan.
Als er een gezamenlijk traject is opgezet, houd de ouders/verzorgers dan ook regelmatig op de hoogte van uw bevindingen en het resultaat van de activiteiten op school. Vraag de ouders ook naar hun bevindingen.
Speciale aandacht dient u hier te hebben voor kinderen met een multiculturele achtergrond. Het contact met ouders verloopt in die gevallen soms anders dan bij 'gewone' Nederlandse kinderen.
4. Hoe verantwoord ik mijn aanpak?
Maak vanaf het begin een rapportage van uw bevindingen en van de activiteiten die u en de ouders/verzorgers in hebben gesteld om de concentratiespan van het kind te verhogen. Dat kan bijvoorbeeld door een logboek bij te houden, waarin u uw aanpak beschrijft en de mogelijke positieve en negatieve gevolgen van die aanpak. Op die manier kunt u na een bepaalde tijd ook constateren of er daadwerkelijk verbetering in de situatie is.
Zorg ervoor dat deze rapportage ook voor de ouders beschikbaar is.