zoek zoeken:

Omgaan met sociaal emotionele problemen

Concentratieproblemen

Elk kind heeft wel eens moeite met zich te concentreren. Bijvoorbeeld omdat het morgen jarig is of omdat het buiten sneeuwt. Het kind kan zijn aandacht dan niet bij de leertaak houden. Een groot deel van dit soort concentratieproblemen op school zijn dan ook vaak motivatieproblemen. Het kind zal, als het zelf een taak kiest - bijvoorbeeld het maken van een tekening van de verjaardag en de cadeautjes - wel concentratie kunnen opbrengen.

Er is echter pas sprake van een concentratieprobleem als het kind voortdurend niet in staat is gedurende langere tijd zijn aandacht bij hetzelfde te houden. Het kind kan de aandacht niet goed bundelen, niet goed richten en niet of niet lang vasthouden.
Dit kan verschillende oorzaken hebben. Deze oorzaken kunnen in het kind liggen, maar ook bij de leerkracht, de omgeving van het kind of de onderwijsleersituatie.

Een concentratieprobleem dat niet opgemerkt wordt, kan grote gevolgen hebben. Het meest voor de hand ligt dat het kind een leerachterstand op zal lopen omdat de onderwijstijd niet ten volle benut wordt.

Andere gevolgen van concentratieproblemen kunnen zijn:

  • leerfrustraties met als gevolg motivatieverlies en gedragsproblemen
  • een minderwaardigheidsgevoel: negatief zelfbeeld
  • problemen in de omgang met anderen en problemen in sociale situaties
  • buitenbeentje in de klas of groep
  1. Hoe kom ik achter de oorzaak van een concentratieprobleem?
  2. Hoe pak ik concentratieproblemen aan?
  3. Wie betrek ik erbij?
  4. Hoe verantwoord ik mijn aanpak?

1. Hoe kom ik achter de oorzaak van een concentratieprobleem?
Concentratieproblemen zijn 'lastige' problemen. Ze kunnen heel verschillende oorzaken hebben. Ze kunnen het gevolg zijn van leerlingkenmerken, leerkrachtkenmerken, kenmerken van de onderwijssituatie of omgevingskenmerken. Het is daarom belangrijk om u goed te oriënteren op mogelijke oorzaken van het concentratieprobleem. De onderstaande tips kunnen hierbij in willekeurige volgorde gebruikt worden.

Loop vervolgens uw bevindingen na en ga na of er een oorzaak aan te wijzen is voor de concentratieproblemen van het kind.
Als de concentratieproblemen voortvloeien uit de omstandigheden (leerkrachtgedrag, onderwijsleersituatie) maak dan een plan van aanpak en schakel collega's in bij het veranderen van deze omstandigheden.
Als u vermoedt dat de oorzaak ligt in het kind, is het verstandig om hulp van deskundigen in te roepen.

Observeer het kind gedurende een periode aandachtig op basis van een voorlopige hypothese
Een kind met een concentratieprobleem kan veel verschillende symptomen vertonen, die meestal in combinatie voorkomen. Bijvoorbeeld:

  • niet willen presteren, niet gemotiveerd zijn
  • snel afgeleid zijn
  • niet luisteren naar instructie
  • niet volledig opnemen van instructie
  • op alle prikkels reageren
  • met wat anders dan de opgedragen taak bezig zijn overbeweeglijk zijn
  • snelle stemmingswisselingen
  • stoornissen in het slaapritme
  • motorische onhandigheid

Het is verstandig om het kind te observeren in allerlei verschillende situaties op school. Bekijk hoe lang het kind bezig kan zijn met iets. Bijvoorbeeld tijdens de lessen, op de speelplaats, tijdens de gymles, bij momenten van vrij werken. Bepaal in welke situatie het probleem het duidelijkst naar voren komt.

Analyseer uw eigen gedrag
Niet alleen het kind, maar ook de omgeving speelt een rol bij concentratieproblemen. U als leerkracht maakt daar ook deel van uit. U bent immers de spil in de klas. Stel uzelf de volgende vragen:

  • Laat ik door mijn gedrag zien dat er rust is?
    Het is belangrijk dat u zelf rust uitstraalt in aanwezigheid van de kinderen. Het is daarom aan te raden dat u uw bewegingspatroon aanpast, door niet teveel door de klas te lopen. Maar ook uw stemgebruik dient rustig te zijn. Praat niet te hard, niet te snel en niet te veel.
    Als u er niet zeker van bent of uw stemgebruik en bewegingspatroon bijdragen aan rust in de klas, kunt u een collega vragen een uurtje te observeren of een video-opname van uw eigen gedrag maken.
  • Hoe is mijn relatie tot het kind?
    De relatie met het betreffende kind kan negatief, neutraal of positief zijn. Een negatieve relatie met het kind kan een van de redenen zijn van het concentratieprobleem. Gebruik voor het analyseren van uw eigen gedrag Vragenlijst 'eigen voorbeeld'.
  • Hoe heb ik de orde geregeld?
    Vooral voor kinderen met concentratieproblemen is het belangrijk dat er duidelijke regels in de klas zijn. Die regels gelden ook altijd. Verder is er een duidelijk straf- en/of beloningssysteem, dat voor elk kind duidelijk is.
  • Is mijn instructie helder en begrijpelijk geweest?
    Vraag direct na de instructie aan het kind wat de opdracht is. Daarnaast kunt u kinderen met concentratieproblemen de opdracht, zo mogelijk, ook schriftelijk geven.
  • Gebruik heldere taal. Maak geen onnodig lange zinnen en gebruik niet teveel abstracte schooltaalwoorden.
  • Gebruik ik korte opdrachten?
    Kinderen met een concentratieprobleem zijn gebaat bij korte opdrachten, het liefst met opgesplitste instructie. Zorg ervoor dat er regelmatig concentratiemomenten zijn voor de kinderen en dat er een regelmatig en terugkerend rooster en dagindeling is.

Analyseer de onderwijsleersituatie
Bij het analyseren van de kenmerken van de onderwijsleersituatie zijn de volgende aspecten belangrijk:

  • Is er voldoende afwisseling in leer- en ontspanningssituaties?
    Om de tijd tussen pauzes op school wat op te breken, kunt u bijvoorbeeld gymnastiek- of bewegingsoefeningen tussendoor (of even naar buiten) doen. Dat werkt voor alle kinderen en zeker voor het kind dat er toch al moeite mee heeft, concentratiebevorderend.
  • Zijn de werkvormen en instructiewijzen voldoende gevarieerd?
    Maak gebruik van verschillende wijzen van instructie en verschillende werkvormen. Op die manier kan een kind steeds weer geboeid raken.
  • Wordt de aandacht van het kind voldoende getrokken voordat de instructie wordt gegeven?
    Door de voorkennis van de kinderen te actualiseren, wordt de aandacht van de kinderen al gericht op het onderwerp.
  • Is in de les voldoende structuur aangebracht?
    Maak gebruik van korte opdrachten waarbij het precies duidelijk is voor het kind wat het moet doen, hoe het beoordeeld wordt en hoeveel tijd er voor de opdracht staat. Een duidelijke structuur in de les zorgt ervoor dat kinderen weten wat ze kunnen verwachten en zorgt voor zo min mogelijk afleiding. Gebruik hiervoor een strak, duidelijk, steeds terugkerend rooster. Zet dat rooster bijvoorbeeld op het bord.
  • Zijn de opdrachten toegespitst op het kind?
    Voor kinderen met een concentratieprobleem dat veroorzaakt wordt door bijvoorbeeld onvoldoende kennis en begrip van de instructietaal, is het belangrijk dat de opdracht heel helder en bondig is. Voor kinderen die zelf moeilijk structuur aan kunnen brengen en moeilijk zelfstandig kunnen werken, is het belangrijk dat ze weten wat ze moeten doen, hoe het beoordeeld wordt en wanneer het af moet zijn.
  • Zijn de gebruikte materialen wel aantrekkelijk genoeg?
  • Is er voldoende rust in de school?
    Met rust in de school wordt bijvoorbeeld bedoeld dat er geen kinderen of andere mensen over de gang rennen en praten tijdens de normale lessen.

Praat met ouders/verzorgers van het kind
Schenk aandacht aan bijvoorbeeld de volgende aspecten:

  • Hoe is de thuissituatie van het kind?
    Kinderen die thuis in een situatie wonen die veel onrust met zich meebrengt, zullen in de klas die onrust ook tentoonspreiden. Een onrustige situatie thuis kan bijvoorbeeld ontstaan door problemen met ouders, broertjes of zusjes of andere familieleden. Bijvoorbeeld als de ouders of verzorgers in een scheiding verwikkeld zijn, als er sprake is van een eenoudergezin, als de ouders/verzorgers regelmatig verkeren in het criminele circuit, of als een broertje of zusje gehandicapt is.
  • Spelen lichamelijke factoren een rol?
    Bijvoorbeeld vermoeidheid, medicijngebruik, verminderd gehoor- of gezichtsvermogen of andere stoornissen.
  • Hoe gedraagt het kind zich thuis?
    Wijkt het gedrag van het kind thuis af van het gedrag op school? Wat doet het kind zoal thuis? Speelt het veel met vriendjes? Welke vriendjes?
    Als het kind thuis geen concentratieproblemen vertoont, ligt de oorzaak duidelijk in de onderwijsleersituatie. Als het kind thuis hetzelfde gedrag vertoont als op school, ligt de oorzaak ergens anders.
  • Welke verwachtingen hebben de ouders van het kind?
    Hooggespannen verwachtingen van ouders kunnen ervoor zorgen dat kinderen de lat voor henzelf zo hoog leggen, dat ze faalangstig worden. Het kan ook zijn dat een kind door de ouders helemaal niet wordt gestimuleerd om te leren. 


2. Hoe pak ik concentratieproblemen aan?

Als u meer zicht hebt gekregen op de oorzaak van het concentratieprobleem van het kind is het belangrijk om er wat aan te gaan doen.

Zoek veel contact met het kind
Door voortdurend contact te zoeken en te houden met concentratiezwakke kinderen probeert u ze te helpen zich te houden aan geldende regels.
Als de kinderen de klas binnenkomen bijvoorbeeld, kunt u in de buurt gaan staan van waar het kind zijn jas neerhangt. Uw aanwezigheid kan al preventief werken. Zorg er overigens voor dat duidelijk is waar de kinderen hun jas op kunnen hangen.
Bij een kringgesprek is de plek waar een kind met een concentratieprobleem gaat zitten belangrijk. U kunt het kind recht tegenover u plaatsen en proberen door middel van oogcontact het kind zich te laten houden aan de regels. Een andere plek is naast u. Een lichte vorm van lichamelijk contact kan vaak al heel sturend zijn.

Geef kinderen ook gelegenheid zich minder geconcentreerd bezig te houden
Voor concentratiezwakke kinderen kan de boog niet zo lang gespannen staan. Wissel daarom geconcentreerde periodes af met periodes waarin het kind minder geconcentreerd hoeft te zijn. Het moet echter wel duidelijk zijn wanneer een geconcentreerde periode begint en ophoudt. Dat kan bijvoorbeeld met bordjes. Het kind heeft bijvoorbeeld een bordje tot zijn beschikking met de tekst: Sssst, ik ben aan het werk. Als het bordje niet meer staat, mag het kind even iets anders gaan doen.

Verbeter de kwaliteit van de taak
Geef concentratiezwakke kinderen een gerichte opdracht. Zorg voor weinig afleidende prikkels in de klas. Zorg echter wel voor sfeer en veiligheid in de klas.
Om kinderen met een concentratieprobleem niet te lang aan één opdracht te laten werken, kunt u een opdracht opdelen in kleinere opdrachten. Controleer de deelopdrachten en geef de kinderen direct feedback.
Let ook op de duidelijkheid van de randvoorwaarden waarbinnen de taak moet worden uitgevoerd.

Geef veel feedback op werk en de werkhouding
Voor kinderen met een concentratieprobleem, is het belangrijk dat ze regelmatig feedback krijgen op hun werk. Vergeet daarbij niet ook feedback te geven op de werkhouding.
Daarnaast zijn ze vaak snel de instructie kwijt. Daarom is het van belang regelmatig te controleren of de kinderen nog weten wat ze moeten doen. 

Gebruik een vrij strak rooster
Concentratiezwakke kinderen hebben behoefte aan regelmaat en weinig afleiding. Een duidelijk rooster dat steeds opnieuw terugkeert, kan daarbij behulpzaam zijn. Dat kan een dag of weekrooster zijn, afhankelijk van wat de kinderen kunnen overzien. Zet dit rooster bijvoorbeeld op het bord of maak er een speciale poster van (kunnen kinderen ook zelf doen).
Geef in dit rooster ook duidelijk momenten van rust (concentratie) aan, bijvoorbeeld door middel van een vlag of ander teken.

Bevorder het zelfvertrouwen van kinderen
Versterk het gevoel van competent zijn van kinderen door te werken met haalbare taken. Als kinderen merken dat ze geconcentreerd de taken binnen de tijd af krijgen, zullen ze vaker gemotiveerd zijn om geconcentreerd te werken. Als het een keertje niet lukt om een taak goed af te ronden, praat dan met het kind over de reden waarom het dit keer niet gelukt is. Hoe kunt u zelfvertrouwen en de weerbaarheid van kinderen bevorderen kijken op "Werken aan": Zelfvertrouwen en weerbaarheid.


3. Wie betrek ik erbij?
Het kind bevindt zich een groot deel van de dag op school, maar ook een groot deel van de dag thuis. De activiteiten die u op school doet om de kinderen te leren geconcentreerd te werken hebben weinig zin als ze thuis niet ondersteund worden. Het is daarom belangrijk om de ouders/verzorgers van uw bevindingen en activiteiten op de hoogte te stellen.

Daarnaast kunnen de ouders/verzorgers zelf ook een bijdrage leveren aan het verhogen van de concentratiespan van hun kinderen. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat het kind thuis ook een duidelijk 'rooster' heeft. Denk hierbij aan vaste tijden voor bijvoorbeeld huiswerk maken, eten en naar bed gaan.

Als er een gezamenlijk traject is opgezet, houd de ouders/verzorgers dan ook regelmatig op de hoogte van uw bevindingen en het resultaat van de activiteiten op school. Vraag de ouders ook naar hun bevindingen.

Speciale aandacht dient u hier te hebben voor kinderen met een multiculturele achtergrond. Het contact met ouders verloopt in die gevallen soms anders dan bij 'gewone' Nederlandse kinderen.

4. Hoe verantwoord ik mijn aanpak?
Maak vanaf het begin een rapportage van uw bevindingen en van de activiteiten die u en de ouders/verzorgers in hebben gesteld om de concentratiespan van het kind te verhogen. Dat kan bijvoorbeeld door een logboek bij te houden, waarin u uw aanpak beschrijft en de mogelijke positieve en negatieve gevolgen van die aanpak. Op die manier kunt u na een bepaalde tijd ook constateren of er daadwerkelijk verbetering in de situatie is.
Zorg ervoor dat deze rapportage ook voor de ouders beschikbaar is.

Bijlagen: