zoek zoeken:

Omgaan met sociaal emotionele problemen

Faalangst

Faalangst kennen we allemaal. Vooral in situaties waarin anderen onze prestaties beoordelen. Het wordt pas een probleem als we er niet goed mee om kunnen gaan. Faalangst zorgt er dan voor dat kinderen op school lager presteren, dan waartoe ze werkelijk in staat zijn.

  1. Hoe kom ik achter de oorzaak van een faalangstprobleem?
  2. Hoe pak ik faalangstproblemen aan?
  3. Wie betrek ik erbij?
  4. Hoe verantwoord ik mijn aanpak?


1. Hoe kom ik achter de oorzaak van een faalangstprobleem?
Faalangst is lastig te diagnosticeren. Faalangst kan zich namelijk op verschillende manieren uiten. Het is daarom belangrijk om u goed te oriënteren op signalen die op faalangstproblemen kunnen duiden.

Loop vervolgens uw bevindingen na en ga na of er een oorzaak aan te wijzen is voor de faalangst van het kind.

Observeer het kind gedurende een periode aandachtig
Observeer het kind gedurende een periode aandachtig op basis van een voorlopige hypothese.

Let bij het observeren op de onderstaande signalen (Nieuwenbroek, Ruigrok & De Vries, 1996). Ga ook na in welke situaties of bij welke activiteiten het kind vooral faalangstig lijkt. Algemene kenmerken 

.

Maar omdat iedereen in angstige situaties anders reageert, kan ook uitgesproken agressief of clownesk gedrag op faalangst duiden.

  • Tijdens uitleg  
  • In contact met de andere kinderen 
  • Tijdens proefwerken en overhoringen  

Belangrijk aspect hierbij is dat de observatie begint met het opstellen van een voorlopige hypothese of vraagstelling. Deze hypothese bepaalt namelijk al voor een groot deel de observatiepunten, de observatiesituaties en momenten. Deze hypothese moet echter niet vastliggen (moet voorlopig zijn). Zo gauw je merkt dat bepaalde interventies die je pleegt niet het gevolg hebben dat je zou verwachten, moet je de hypothese kunnen bijstellen.

Analyseer uw eigen gedrag
Niet alleen het kind, maar ook de omgeving speelt een rol bij faalangstproblemen. U als leerkracht maakt daar ook deel van uit. U bent immers de spil in de klas. Stel uzelf de volgende vragen:

  • Hoe is de relatie tussen u en het kind? Is er sprake van wederzijds vertrouwen?
  • Hoe reageert u op uitingen van faalangst? Welke uitspraken doet u? Welke acties onderneemt u?
  • Hoe informeert u het kind over zijn prestaties?
  • Welke verwachtingen heeft u met betrekking tot het leerresultaat van het kind?

Analyseer de onderwijsleersituatie
Omgevingsfactoren kunnen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van faalangst. Daarom is het belangrijk om ook de onderwijsleersituatie te analyseren. De volgende aspecten zijn daarbij belangrijk:

  • Welke instructiemethode hanteert u?
  • Welke leerstof wordt aangeboden? Is die herkenbaar voor het kind?
  • Hoe wordt de leerstof aangeboden?
  • Welke uitleg/hulp krijgt het kind?
  • Wordt het kind geaccepteerd door de andere kinderen uit de groep?
  • Hoe reageren de andere kinderen als het faalangstige kind 'faalt'?
  • Wordt het kind overschaduwd door de andere kinderen?
  • Hoe is de sfeer in de groep (samenwerking/competitie)?

Praat met ouders/verzorgers van het kind
Hooggespannen verwachtingen van ouders kunnen ervoor zorgen dat kinderen de lat voor henzelf zo hoog leggen dat ze faalangstig worden.

Schenk aandacht aan de volgende aspecten:

  • Welke eisen stellen de ouders aan het kind?
  • Keuren de ouders het kind qua gedrag/prestaties af?
  • Hebben de ouders oog voor de onzekerheid van hun kind?
  • Zien de ouders het verband tussen prestaties en sociaal welbevinden van hun kind? (Opmerkingen 

2. Hoe pak ik faalangstproblemen aan?

Maak gebruik van technieken uit de gedragstheorie
De volgende technieken kunnen bij het verminderen van faalangst behulpzaam zijn:

  • Reinforcement
    Beloon het kind voor gedrag dat niet faalangstig is.
  • Shaping
    Stapje voor stapje het kind leren omgaan met faalangstsituaties. Als een kind bijvoorbeeld moeilijk contacten legt, kan het al een hele stap zijn om te kijken naar andere kinderen. Beloon dit gedrag dan ook. Daarna wordt het kind pas beloond als het steeds dichterbij een groep kinderen gaat staan, etc.
  • Het principe van de geleidelijkheid
    Dit lijkt op shaping, maar bij shaping gaat het er om dat het kind beloond wordt voor niet faalangstig gedrag. Bij het principe van de geleidelijkheid is dat niet het geval. Bij het principe van de geleidelijkheid moet naast de verandering in situaties ook een verandering in het kind plaatsvinden. Het gaat er dus om dat het kind de omgeving waarin het is terecht gekomen, leert hanteren. Hiervoor is een zekere mate van zelfvertrouwen en zelfstandigheid vereist. Daarnaast mag de situatie niet teveel onzekere momenten voor het kind bevatten. Het kind moet de kans krijgen na te gaan in hoeverre het in staat is zich te handhaven in die nieuwe situatie. (Situatieschets: Kringgesprek) 
  • Rationeel leren denken
    Faalangst kan een gevolg zijn van gedachten en gevoelens van een kind die meestal irrationeel zijn. Een kind dat denkt dat het slecht is als het een minder goed cijfer heeft, denkt irrationeel. Je kunt het kind stimuleren de irrationele gedachten te vervangen door rationele gedachten. (Situatieschets: Mitchel) 

Geef faalangstige kinderen veel informatie over hun werk
Faalangstige kinderen hebben veel behoefte aan informatie en feedback op hun werk. Probeer faalangstige kinderen daarom te stimuleren als ze aan het werk moeten. Vraag of ze begrijpen wat ze moeten doen en of ze weten hoe ze gaan beginnen. Loop, als de kinderen bezig zijn, even bij ze langs om even te kijken hoe het gaat. Geef ook na afloop van het werk direct en duidelijke feedback.

Denk hierbij ook aan de procesmatige kant van het leren. Hoe heeft het kind het aangepakt en waarom op die manier? Denkt het kind dat het de juiste oplossing heeft gevonden? Waarom wel of niet? Op die manier kun je het kind bewust maken van het feit dat het de stof best aankan. Uiteindelijk doel is dan het vergroten van het zelfvertrouwen.

Heb positieve verwachtingen ten aanzien van het kind
Als een kind merkt dat u vertrouwen in het kind hebt, zal het kind zich zekerder gaan voelen. Zijn zelfbeeld wordt gunstiger en het zelfvertrouwen neemt toe. Hierdoor kunnen de schoolprestaties ook verbeteren.

Vertrouwen stellen in een kind doet u bijvoorbeeld door:

  • het kind voldoende tijd te geven om een antwoord op een vraag te geven of om werk af te maken;
  • accent te leggen op de vorderingen en successen i.p.v. op de tegenslagen;
  • het aantal verantwoordelijkheden langzaam te laten toenemen;
  • positieve verwachtingen uit te spreken ten aanzien van het kind;
  • steun te geven ter voorkoming van fouten, zodat het kind zich begrepen voelt.

Hierbij dienen we op te merken dat lage verwachtingen bij achterstandsleerlingen één van de grootste valkuilen is voor leerkrachten.

Zorg voor helderheid en structuur
Faalangst is een cultuurbepaald fenomeen. De eisen van onze samenleving kunnen zeer hoog zijn en zijn vaak, zeker voor allochtone kinderen niet transparant. Maak daarom duidelijk wat u van de kinderen verwacht.

Door een duidelijke structuur te geven aan een bepaalde situatie, worden faalangstige kinderen minder onzeker. Het kind krijgt daardoor het gevoel dat het meer grip heeft op de situatie (voorbeeld 

).

Zorg voor een veilige omgeving
Kinderen met faalangst hebben behoefte aan een veilige omgeving. Een veilige omgeving is een omgeving waarin het kind zich geaccepteerd voelt en zichzelf kan zijn met al zijn gevoelens van onzekerheid. Dat betekent dat de omgeving begrip moet kunnen opbrengen voor het feit dat het kind faalangstig is en het kind niet moet veroordelen (voorbeeld 

).

3. Wie betrek ik erbij?
Het kind bevindt zich een groot deel van de dag op school, maar ook een groot deel van de dag thuis. De activiteiten die u op school doet om de kinderen te leren omgaan met faalangst hebben weinig zin als ze thuis niet ondersteund worden. Het is daarom belangrijk om de ouders/verzorgers van uw bevindingen en activiteiten op de hoogte te stellen. Ouders kunnen namelijk hun kind ook helpen (voorbeeld 

).
Het is belangrijk dat zowel ouders als leerkracht elkaar op de hoogte houden van hun bevindingen.
Speciale aandacht dient u hier te hebben voor kinderen met een multiculturele achtergrond. Het contact met ouders verloopt in die gevallen soms anders dan bij 'gewone' Nederlandse kinderen.
De tips die u als leerkracht aan ouders meegeeft, dienen herkenbaar en uitvoerbaar te zijn. Onze oplossingen als gedragsverandering, worden door ouders niet altijd begrepen.
Het kan in sommige gevallen beter zijn om de ouders concreet te laten zien hoe de aanpak in de klas uitpakt.

4. Hoe verantwoord ik mijn aanpak?
Maak vanaf het begin een rapportage van uw bevindingen en van de activiteiten die u en de ouders/verzorgers in hebben gesteld om de faalangstproblemen te verhelpen. Dat kan bijvoorbeeld door een logboek bij te houden, waarin u uw aanpak beschrijft en de mogelijke positieve en negatieve gevolgen van die aanpak. Op die manier kunt u na een bepaalde tijd ook constateren of er daadwerkelijk verbetering in de situatie is.
Zorg ervoor dat deze rapportage ook voor de ouders beschikbaar is.