zoek zoeken:

Omgaan met sociaal emotionele problemen

Depressiviteit

Bijna alle kinderen voelen zich wel eens droevig of triest. Meestal doen we dat af met te zeggen dat ze gewoon hun dag niet hebben.
Kinderen met een depressie hebben die gevoelens echter lange tijd en heel sterk. Dat kan grote gevolgen hebben voor de gezondheid van het kind. Het tijdig signaleren van een depressie kan die problemen echter voorkomen. (Situatieschets: Tante Jos) 


Omdat depressieve kinderen vaak gedrag vertonen dat niet direct aan een depressie doet denken, is het herkennen van een depressie niet eenvoudig. Veel problematisch gedrag (agressie, concentratieproblemen, hyperactiviteit) kan een gevolg zijn van een depressie.

  1. Hoe kom ik erachter of er sprake is van depressiviteit en wat kunnen mogelijke oorzaken zijn?
  2. Hoe ga ik om met kinderen die depressief zijn?
  3. Wie betrek ik erbij?
  4. Hoe verantwoord ik mijn aanpak?

De teksten die horen bij dit onderwerp zijn voor een groot deel gebaseerd op het boek Kinderen en jongeren met een depressie.


1. Hoe kom ik erachter of er sprake is van depressiviteit en wat kunnen mogelijke oorzaken zijn?
Een depressie leidt tot een verandering in het gedrag van het kind. Niet alleen thuis, maar ook op school. Het kind is bijvoorbeeld vaak aan het dagdromen, is onoplettend, kan zich slecht concentreren en de schoolresultaten worden slechter.
Kinderen van verschillende leeftijden uiten hun depressie op verschillende manieren. Depressieve peuters en kleuters zijn vaak zeurderig en willen niet wat de ouder wil. Ze kunnen huilbuien hebben en woedeaanvallen. Vaak hebben ze scheidingsangst en willen ze niet met andere kinderen spelen. Soms zijn ze juist erg agressief en wild en daardoor niet in staat tot normaal spel met leeftijdsgenootjes.
Kinderen die in bijzondere omstandigheden opgroeien, zoals asielzoekerkinderen, kunnen ten gevolge van vlucht en oorlogshandeling depressief gedrag vertonen. Afhankelijk van hun leeftijd komt dat op verschillende wijze tot uiting. Soms is het ook lastig om te achterhalen of er sprake is van depressiviteit of dat het gedrag voortkomt uit onwennigheid met de nieuwe leef- en schoolsituatie.
Onderstaande tips kunnen in willekeurige volgorde gebruikt worden.

Loop vervolgens uw bevindingen na en ga na of er een oorzaak aan te wijzen is voor de depressiviteit van het kind. Als u geen oorzaak kunt aangeven, is het verstandig om, na overleg met de ouders, hulp van deskundigen in te roepen.
Houdt in uw contacten met ouders rekening met eventuele cultuurverschillen die op kunnen treden bij het praten over ziekte. (Situatieschets: Praten overziekte) 

2. Hoe ga ik om met kinderen die depressief zijn?

Confronteer het kind niet altijd met zijn falen, maar benadruk de dingen die het kind goed doet
Niets is zo frustrerend als je ondanks alle inspanningen niet de resultaten haalt die door jezelf of door anderen worden verwacht.
Wees daarom opbouwend bij het maken van opmerkingen over de prestaties van het kind. Benadruk bijvoorbeeld vooral de dingen die wel lukken. Hierdoor ontstaat ook bij de andere kinderen niet het beeld dat het kind apart of uitzonderlijk is. Dit bevordert het zelfvertrouwen en het zelfbeeld. Maak hierbij ook gebruik van het onderdeel "Zelfvertrouwen en weerbaarheid" kijk op "Werken aan".
Door niet alleen de nadruk te leggen op de cognitieve capaciteiten van het kind, laat u het kind merken dat er ook andere dingen belangrijk zijn.

Wees consequent
Het is voor kinderen belangrijk dat ze weten waar ze aan toe zijn. Dat geldt zeker ook voor een kind dat depressief is. Gevoelens van veiligheid en zekerheid kunnen ervoor zorgen dat de depressie van een kind minder toeneemt of zelfs afneemt. Stel daarom duidelijke regels in de klas (en op school) en wees consequent in het hanteren ervan.

Stimuleer de sociale vaardigheden van het kind
Door de sociale interacties van het kind te bevorderen, krijgt het een beter gevoel van eigenwaarde en leert het beter omgaan met andere kinderen. U kunt hierbij gebruik maken van het hoofdstuk "Werken aan":

  • Zelfvertrouwen en weerbaarheid
  • Relaties en seksualiteit?

Praat met het kind over zijn gevoelens en laat het zijn gevoelens delen
Als u vermoedt dat een kind depressief is, probeer dan met het kind over zijn gevoelens te praten en de gevoelens daardoor met iemand te delen. Daarvoor is het belangrijk dat u een goede relatie hebt met het kind en dat het kind het gevoel heeft dat het u kan vertrouwen. U kunt daarmee de gevoelens van het kind niet wegnemen. Het kan voor het kind wel een hele geruststelling zijn dat het met iemand over die gevoelens kan praten. Vooral als degene hem kan verzekeren dat zijn reacties niet vreemd zijn, maar normaal.
U kunt hierbij gebruik maken van het hoofdstuk "Werken aan": Gevoelens van zichzelf en anderen.

3. Wie betrek ik erbij?
Het kind bevindt zich een groot deel van de dag op school, maar ook een groot deel van de dag thuis. De activiteiten op school, die gericht zijn op het omgaan met de depressiviteit van het kind, hebben weinig zin als ze thuis niet ondersteund worden. Het is daarom belangrijk om de ouders/verzorgers van uw bevindingen en activiteiten op de hoogte te stellen. Belangrijke punten daarbij zijn:

  • praat de ouders/verzorgers geen schuldgevoel aan
  • wees begripvol naar de ouders/verzorgers
  • praat ook over positieve eigenschappen die het kind heeft
  • zoek samen naar een oplossing.

Daarnaast kunnen de ouders/verzorgers zelf ook een bijdrage leveren aan het verminderen van het depressieve gedrag door thuis bijvoorbeeld duidelijke regels en afspraken te hanteren of door het goede in het kind te benadrukken en te stimuleren. Daarmee krijgt het kind het gevoel gewaardeerd te worden zoals het is en zal zijn zelfvertrouwen groeien.
De ouders kunnen het kind ook laten merken dat ze naar hem luisteren en dat ze geïnteresseerd zijn in wat het kind bezig houdt. Dat betekent ook dat het kind gestimuleerd moet worden te praten over wat hem dwars zit.
Als er een gezamenlijk traject is opgezet, houd de ouders/verzorgers dan ook regelmatig op de hoogte van uw bevindingen en het resultaat van de activiteiten op school. Vraag de ouders/verzorgers ook naar hun bevindingen.
Speciale aandacht dient u hier te hebben voor kinderen met een multiculturele achtergrond. Het contact met ouders/verzorgers verloopt in die gevallen soms anders dan bij 'gewone' Nederlandse kinderen. Vooral bij het praten over ziekte kunnen er grote verschillen tussen culturen zijn. (Situatieschets: Praten overziekte) 

4. Hoe verantwoord ik mijn aanpak?
Maak vanaf het begin een rapportage van uw bevindingen en van de activiteiten die u en de ouders/verzorgers in hebben gesteld om te leren omgaan met het depressieve gedrag van het kind. Dat kan bijvoorbeeld door een logboek bij te houden, waarin u uw aanpak beschrijft en de mogelijke positieve en negatieve gevolgen van die aanpak. Op die manier kunt u na een bepaalde tijd ook constateren of er daadwerkelijk verbetering in de situatie is. Als het depressieve gedrag aanhoudt en er geen verbetering in de situatie zichtbaar is, is het raadzaam om deskundige hulp in te schakelen.
Zorg ervoor dat de rapportage ook voor de ouders/verzorgers en eventuele hulpverleners beschikbaar is.

Bijlagen: