zoek zoeken:
   
Van welke bronnen kan ik gebruik maken:
 
   

Omgaan met sociaal emotionele problemen

Pesten

  1. Wie zijn er bij een pestprobleem betrokken?
  2. Hoe kom ik erachter of er sprake is van een pestprobleem?
  3. Hoe pak ik pestproblemen aan?
  4. Wie betrek ik erbij?
  5. Hoe verantwoord ik mijn aanpak?


1. Wie zijn er bij een pestprobleem betrokken?
Veel kinderen op de basisschool worden wel eens geplaagd. Pesten heeft als intentie de ander schade te berokkenen in tegenstelling tot plagen. Kinderen met een goed invoelend vermogen weten haarscherp om welke intentie het gaat. Kinderen met een achterstand op sociaal- emotioneel gebied weten vaak niet het onderscheid tussen plagen en pesten. Plagen leert je voor je zelf opkomen. Je wordt er sterker van. Bij plagen is er ook meestal sprake van 'gelijkwaardige' kinderen. Er is echter ook een groot aantal kinderen dat gepest wordt. Deze kinderen wordt systematisch psychisch, fysiek of seksueel geweld aangedaan. Deze kinderen hebben vaak moeite om zichzelf te verdedigen. Ze voelen zich machteloos tegenover de pestende kinderen en voelen zich vaak eenzaam.
Kinderen die pesten worden daarentegen als de sterkste kinderen uit de groep gezien, maar zijn dit niet!. Ze kunnen op verschillende manieren pesten:

  • met woorden
  • lichamelijk
  • door achtervolging
  • door uitsluiting
  • door stelen of vernietigen van spullen
  • door afpersing

Ze zijn soms agressief en reageren eerder met geweld dan andere kinderen. Meestal vertonen ze dit gedrag ook naar volwassenen. Een pestend kind dat zijn gang kan gaan, leert dat pesten de enige manier is om je in een groep te handhaven. Het leert niet om zijn agressie op een andere manier te uiten.
Naast kinderen die gepest worden en kinderen die pesten zijn er ook kinderen die geen actieve rol in het pesten hebben, maar die wel bepalend zijn voor het voortduren van het pesten. De pestende kinderen voelen zich gesterkt door de zwijgende instemming van de toeschouwers. Dit laatste geldt overigens ook voor de kinderen die gepest worden. Doordat zij zich niet goed kunnen verdedigen, voelt het kind dat pest zich gesterkt.

Digitaal pesten
Met de komst van internet, mobieltjes en e-mail is een nieuwe vorm van pesten onstaan: digitaal pesten. Een zeer ingrijpende vorm van pesten, doordat de pester anoniem te werk gaat en het pesten niet aan tijd en plaats gebonden is.

De barrière om te pesten is lager, omdat je de ander niet ziet en misschien niet kent. "Het is maar een grapje", zo verschuilt de pester zich dan. Digitaal pesten heeft een grote impact, omdat je zelfs thuis niet meer veilig bent. En het is niet zo dat het er niet meer is als je de computer en je mobiele telefoon maar uitzet. Dat gaat tegenwoordig erg moeilijk. Bovendien raak je als jongere gemakkelijk sociaal uitgesloten als je geen computer en mobiele telefoon gebruikt.


2. Hoe kom ik erachter of er sprake is van een pestprobleem?
Een kind dat gepest wordt, zal dit niet snel aan ouders of aan de leerkracht vertellen. Het voelt zich beschaamd. Een kind dat gepest wordt, is niet populair en het kind voelt dat als een tekortkoming naar de ouders toe. Soms kan het ook zo zijn dat een kind niets zegt, omdat het denkt dat het probleem dan alleen maar groter wordt. Ouders die naar school gaan bijvoorbeeld.
Het is daarom belangrijk dat pesten en pestgedrag snel wordt gesignaleerd. Neem daarbij ook de aanwijzingen van ouders serieus. Opvallende signalen zijn bijvoorbeeld dat het kind:
• niet meer naar school wil;
• niets meer over school vertelt;
• nooit andere kinderen mee naar huis neemt en nooit bij anderen wordt gevraagd;
• op school slechtere resultaten haalt dan vroeger;
• vaak dingen kwijt is of met kapotte spullen thuis komt;
• vaak hoofdpijn of buikpijn heeft;
• blauwe plekken heeft op ongewone plaatsen;
• niet wil gaan slapen, veel wakker wordt of nachtmerries heeft;
• de verjaardag niet wil vieren;
• niet alleen een boodschap durft te doen;
• niet meer naar de speeltuin of andere club wil gaan;
• bepaalde kleren absoluut niet meer aan wil;
• thuis prikkelbaar, boos of verdrietig is.
Naast uw eigen waarneming en die van de ouders is het ook belangrijk te letten op de andere kinderen in de klas. In hoeverre is er sprake van echte tolerantie, bijvoorbeeld voor verschillen? Een lage tolerantie kan de basis vormen voor onderlinge irritaties, die uitmonden in pestgedrag.

Pesttest
De Vereniging voor Openbaar Onderwijs (VOO) heeft een digitale test gemaakt om pesten op het spoor te komen: De PestTest. Het is een instrument voor scholen om het pestgedrag van leerlingen in kaart te brengen. In de PestTest zijn niet alleen vragen opgenomen over verbale en fysieke vormen van pesten, maar ook vragen over digitaal pesten. Kinderen maken de test in de klas en docenten  kunnen vervolgens aan de resultaten zien waar, wanneer en hoe pesten op school plaatsvindt. Ook kunnen leerlingen zelf aangeven wat zij daarvan vinden en of het anti-pestbeleid op school goed werkt. De test is ontwikkeld voor leerlingen in groep zes, zeven en acht van de basisschool en voor de eerste drie klassen van het voortgezet onderwijs.
De PestTest is op cd-rom beschikbaar. Meer informatie: www.voo.nl.


3. Hoe pak ik pestproblemen aan?
Elk kind dient zich op school veilig te kunnen voelen. Het aanpakken van een pestprobleem is daarom belangrijk, maar niet eenvoudig. Het is echter belangrijk eerst de ernst van de situatie te bepalen. Zeker als je nog niet precies weet wat er precies aan de hand is en wie er bij betrokken zijn.

  • Bepaal de ernst van de situatie. 
  • Neem maatregelen op school-, klas- en individueel niveau. 
  • Neem preventieve maatregelen. 


    Stichting De Kinderconsument biedt een anti-cyberprogramma om pesten via internet en de mobiele telefoon zichtbaar en bespreekbaar te maken op school en thuis (www.pestenislaf.nl).

4. Wie betrek ik erbij?
Kinderen gaan een groot deel van de dag naar school. De overige tijd brengen ze vooral thuis door. Naast de activiteiten op school, is het belangrijk dat pesten ook in de thuissituatie besproken wordt. De ouders/verzorgers dienen zoveel mogelijk deel uit te maken van het plan om pesten op school aan te pakken. Het gaat dan zowel om de ouders van kinderen die gepest worden als ouders van kinderen die pesten.
Ouders van kinderen die pesten, kunnen bijvoorbeeld een bijdrage leveren aan het vergroten van het inlevingsvermogen van het kind.
Ouders van kinderen die gepest worden, kunnen een bijdrage leveren aan het vergroten van de weerbaarheid van het kind.
U dient alert te zijn op het raakvlak pesten-vooroordelen. Pesten wordt, soms terecht, gelabeld als discriminatie. In beide gevallen is het een gegeven dat er sprake is van een dominant kind tegenover een minoriteit. Die afhankelijkheidsrelatie, maakt pestproblemen extra complex.


5. Hoe verantwoord ik mijn aanpak?
Maak vanaf het begin een rapportage van uw bevindingen en van de activiteiten die u en de ouders/verzorgers in hebben gesteld om de pestproblemen te verhelpen. Dat kan bijvoorbeeld door een logboek bij te houden, waarin u uw aanpak beschrijft en de mogelijke positieve en negatieve gevolgen van die aanpak. Op die manier kunt u na een bepaalde tijd ook constateren of er daadwerkelijk verbetering in de situatie is.
Zorg ervoor dat deze rapportage ook voor de ouders beschikbaar is.

Bijlagen: