zoek zoeken:

Omgaan met sociaal emotionele problemen

Verdriet en rouw

Echtscheiding, scheiding door dood, ziekte ernstig of langdurig, verhuizing of een flinke ruzie zijn situaties uit de privé-sfeer die zonder twijfel gevolgen hebben voor het schoolleven van een kind. Zeker als het in deze situaties gaat om onvrijwillig vertrek uit de vertrouwde omgeving, zoals bij migranten- of asielzoekerkinderen.
Dat kan positief zijn (de school fungeert als afleiding), maar ook negatief (het kind kan zich niet concentreren of zelfstandig werken).
Echtscheiding, scheiding door dood, verhuizing of een flinke ruzie zetten alle zekerheden die een kind heeft onder druk. Een gevolg hiervan kan zijn dat een kind moeilijk afscheid kan nemen van situaties die eigenlijk heel ongunstig zijn.
Een ander gevolg kan zijn dat het kind aan zichzelf gaat twijfelen: in hoeverre was het mijn schuld?
Belangrijk is dat het kind zich bewust wordt van de zekerheden die er nog wel zijn, en welke nieuwe zekerheden kunnen ontstaan.

  1. Hoe kom ik erachter of een kind verdrietig is?
  2. Hoe beleven kinderen scheiding en de dood?
  3. Hoe ga ik om met verdriet en rouw in de klas?

1. Hoe kom ik erachter of een kind verdrietig is?
Als er in de naaste omgeving van een kind een geval van echtscheiding, scheiding door dood, verhuizing of een flinke ruzie heeft plaatsgevonden maakt dat diepe indruk op het kind. Kinderen kunnen echter heel verschillend op dergelijke situaties reageren. Het kind kan zijn verdriet heel direct tonen, waardoor het gelijk duidelijk is voor de leerkracht. Maar het kind kan zijn verdriet ook verbergen. Het verdriet uit zich dan bijvoorbeeld in bepaalde gedragsveranderingen en/of lichamelijke symptomen. Dit kan zelfs gedurende een lange tijd voortduren.
Het is dus belangrijk om alert te zijn op alle gedragsveranderingen en/of lichamelijke symptomen die kinderen tonen, zowel in als buiten de klas.
Kinderen kunnen een aantal reacties  

vertonen na een ervaring van scheiding (bijvoorbeeld scheiding door dood, verhuizing of echtscheiding).
Deze reacties zijn echter niet alleen voorbehouden aan het doormaken van een ervaring van scheiding. Er kunnen ook andere oorzaken zijn voor dit gedrag.

2. Hoe beleven kinderen scheiding en de dood?
Gevallen van echtscheiding, scheiding door dood, verhuizing of een flinke ruzie blijken kinderen soms erg bezig te kunnen houden. Het kind wil graag begrijpen wat er gebeurd is. Het probeert zijn gevoelens te ordenen. Vooral jonge kinderen of kinderen die veelvuldig met verlies te maken hebben gehad, kunnen hierdoor magisch gaan denken.
De ontwikkeling die kinderen doormaken in hun beleving van dood hangt sterk af van wat er tot dan toe in hun leven is gebeurd, hoe er in de eigen cultuur met de dood wordt omgegaan en hoe de omgeving reageert op hun gedrag, vragen en opmerkingen. Dat zal heel sterk van kind tot kind verschillen. Toch kunnen we wel wat globale ontwikkelingslijnen bij het beleven van de dood aangeven.
Om de ontwikkeling van kinderen niet te belemmeren is het belangrijk het rouwproces niet langer te laten duren dan nodig is.
Dat betekent dat u hun gevoelens en vragen over dood en scheiding dan ook niet moet vermijden of ontwijken.
Dat is best lastig, omdat we zelf ook niet altijd raad weten met deze situaties. Bovendien zullen dood en scheiding in andere culturen specifieke gebruiken kennen waar u als leerkracht minder vertrouwd mee bent. Het onderdeel Praten over gevoelens met kinderen uit verschillende etnische culturen kan u in dat geval behulpzaam zijn.
U kunt het onderwerp op verschillende manieren bespreekbaar maken in de klas.

Magisch denken
Kinderen die magisch denken kunnen ervan overtuigd raken dat ze zelf tot het geleden verlies hebben bijgedragen. Vooral kinderen vragen zich af: 'Wat is er mis met mij?' of 'Wat heb ik gedaan, dat het zo gelopen is?'. De antwoorden die de kinderen op deze vragen bedenken zijn van grote invloed op het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van het kind.
Een kind dat zijn verlies aan 'verkeerde' gedachten toeschrijft, gaat in veel gevallen twijfelen of hij wel in staat is op een 'goede' manier te denken. Deze kinderen kunnen zo onzeker worden dat bijvoorbeeld hun prestaties op school verminderen of dat ze geen beslissingen meer durven nemen. Er zijn ook kinderen die denken dat ze het verlies hadden kunnen voorkomen, als ze zich maar anders hadden gedragen of als ze maar andere gevoelens hadden gehad. Op grond van deze vooronderstelling voelen ze zich persoonlijk verantwoordelijk. Het is dan belangrijk het kind duidelijk te maken hoe de situatie daadwerkelijk in elkaar steekt.
A. Nieuwenbroek & J. Ruigrok. Scheiding in meervoud . KPC, 1997.

Globale ontwikkelingslijnen bij het beleven van de dood
Aanvankelijk heeft een kind nog nauwelijks enig besef van de dood. Het heeft wel angst voor scheiding. Zo aan het begin van groep 1 begint dat te veranderen. Het kind gaat het woord 'dood' gebruiken en heeft daarbij een vage voorstelling van de betekenis daarvan. Met name krijgt het wat meer idee dat de dood te maken heeft met verdriet.
Langzamerhand breekt het besef door, dat de dood te maken heeft met 'het einde', alhoewel net zo goed soms nog gedacht wordt, dat de dood niet definitief is. Het kind weet nu, dat doden zich niet meer bewegen. Het gaat ook de samenhang ontdekken tussen dood en ouderdom: het zijn meestal oude mensen die doodgaan. De instelling van het kind ten opzichte van de dood is nogal zakelijk van aard.
Zo aan het begin van groep 3 ontstaan er gevoelsmatige veranderingen. Op deze leeftijd kan het kind zich gaan indenken dat zijn of haar moeder misschien wel eens dood zou kunnen gaan. In een enkel geval ontstaat hieruit wel een tijdelijke angst om naar school te gaan. Hoewel het kind op deze leeftijd over het algemeen wel weet dat kinderen ook dood kunnen gaan, betrekt hij of zij het nog niet zonder meer op zichzelf.
Gaandeweg gaat het iets gedetailleerder en realistischer denken. Er is nog steeds een zekere belangstelling voor dingen die met de dood samenhangen zoals het kerkhof, de kist en de begrafenis of crematie en alles wat daarbij komt kijken. Ook is het kind geïnteresseerd in doodsoorzaken als ziekte, gewelddadigheden en ouderdom. Het vermoeden begint door te breken dat het zelf ook eens dood zal gaan, maar tegelijkertijd ontkent het dat. Later verplaatst de belangstelling voor begraven en begrafenissen zich meer naar de vraag, wat er gebeurt na de dood. De dood wordt nu in de eerste plaats verbonden met mensen en minder met dieren. Het is nu voor het kind een vaststaand feit, dat alle mensen moeten sterven, hijzelf niet uitgezonderd.
Dit geschetste beeld kan van kind tot kind verschillen en we moeten dus erg voorzichtig zijn met deze globale lijnen. Vooral ook omdat dit sterk afhankelijk is van de manier, waarop kinderen in aanraking komen met de dood. Belangrijk aspect hierbij is dat kinderen, door verschillen in cultuur en godsdienst, anders reageren op ervaringen met de dood.

Praten over gevoelens met kinderen uit verschillende etnische culturen
Het vragen naar gevoelens en het uiten van gevoelens is geen universeel gegeven. In Nederland wordt het direct uiten van gevoelens gewaardeerd. Voor ons betekent het, dat iemand sociaal competent is. In collectivistische culturen wordt sociale competentie anders ervaren. Sociaal competent zijn betekent daar juist het beheersen en indirect uiten van gevoelens, het begrijpen van de context van de boodschappen en eerlijkheid naar de groep. Vragen stel je indirect. Een kind dat teveel vragen stelt is nieuwsgierig. De mening van je vader of moeder niet overnemen is brutaal. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse situatie waar vragen stellen juist wordt gewaardeerd.

Uit: Kayser, D. (1996). Interculturele sociale vaardigheden op de basisschool Basisboek voor leerkrachten en hulpverleners. Utrecht: De Tijdstroom. 

3. Hoe ga ik om met verdriet en rouw in de klas?
Een kunstmatige introductie, bijvoorbeeld aan de hand van een verhaaltje, past niet zo bij dit onderwerp.
Ook heeft het geen zin dit onderwerp een tijdlang centraal te stellen.
Het is beter in te schieten op momenten die zich voordoen. Verhalen en vragen van kinderen over een scheiding, de dood van een huisdier of van een familielid. Het gaat eigenlijk niet om het onderwerp op zich, maar om het ruimte geven aan gevoelens en vragen, het samen delen van gevoelens en manieren vinden om op verdriet te reageren. Behulpzaam hierbij kunnen zijn de aandachtspunten genoemd in "Werken aan": Gevoelens van zichzelf en anderen, nummer 2.

U kunt ook altijd de regionale ggd inschakelen.

  • Specifieke tips  
    voor het omgaan met een scheiding
  • Specifieke tips  
    voor het omgaan met langdurige ziekte of overlijden van een kind in de klas.