Tijdens proefwerken en overhoringen
-
Ze beginnen later dan andere kinderen met de eerste opgave of ze beginnen heel gehaast zonder eerst de opgaven goed te lezen.
- Ze bewegen onrustig en zien er opgewonden uit. Ze stellen veel vragen over de procedure of de opgave.
- Ze beginnen vaak met de moeilijkste opgave.
- Ze raken in de war wanneer ze aan het eind de opgaven controleren.
- Ze reageren sterk op prikkels uit de omgeving.
- Ze hebben na afloop geen zicht op de kwaliteit van het geleverde werk.