Iedereen stopt tijd en vooral energie in het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Iedereen kent wisselende successen én teleurstellingen. Iedereen weet dat het de laatste jaren niet gemakkelijker wordt op school. Daar komt nog bij dat de resultaten van deze schoolinvloeden soms pas op langere termijn zichtbaar worden. (Situatieschets: Reünie) Situatieschets Reünie Na zo'n dertien jaar lijkt het of alleen de belangrijke dingen in de geheugenzeef achterblijven: de bijzondere groepssfeer die het sterkst tot uitdrukking kwam bij het maken van de musical. De betrokkenheid op elkaar bij teleurstellingen. Het langzaam uit de schulp kruipen van die verlegen en teruggetrokken jongen uit Bosnië. De aanhankelijkheid van sommige kinderen. De grote doorzettingskracht van een achterblijver. Op zo'n moment blijkt dat vooral de sociaal-emotionele ontwikkeling telt. Natuurlijk ben je nieuwsgierig om te zien hoever ze het hebben geschopt, maar vooral wil je weten hoe het (sociaal-emotioneel) met hen gaat. Zijn ze verder uitgegroeid, zijn ze volwassen geworden? Kunnen ze zich staande houden in de veelkleurige samenleving? Situatieschets Marjolein
Een reünie van groep 8 na dertien jaar. De sterke behoefte om elkaar weer eens terug te zien. Op de plek waar het destijds allemaal gebeurde. Alle leraren die, `ik kom maar een uurtje hoor!', toch de hele zaterdagmiddag blijven hangen. Die daarna nog meegaan om iets te eten en te drinken. En ... vooral om na te praten, te genieten van de resultaten waaraan zij hebben bijgedragen. De accu weer eens op te laden als ze zien dat al die (in)spanningen het meer dan waard zijn. De constatering na afloop dat je het hier toch in feite voor doet. Kinderen helpen bij hun ontwikkeling.
Deze confrontatie roept ook twijfels en vragen op. Als je bijvoorbeeld ziet dat een sublieme leerling van destijds geruisloos de basisschool doorliep en nu, nog even subliem, zich in sociaal opzicht volstrekt isoleert. Was dit destijds al merkbaar, heb ik alle mogelijkheden benut, had ik misschien ...?
Om toenemende gevoelens van onmacht en teleurstelling te vermijden of om te buigen, is het zinvol eens na te gaan of we onze aandacht en energie professioneler kunnen inzetten. Natuurlijk met open oog voor de smalle marges. Als school ben je nu eenmaal sterk afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen en thuissituaties. En ook in het kind gelegen beperkingen kunnen onze marges danig verkleinen. Toch moeten we de toevallige of bewuste invloed van situaties op school niet onderschatten. (Situatieschets: Marjolein) 
Elke dag mogen een paar kinderen in de poppenkast spelen.
Laatst was Marjolein aan de beurt: een meisje met zachte stem, met weinig zelfvertrouwen, die rustig haar gangetje gaat, zich weinig uit en niet zo veel contacten heeft.
Enkele kinderen zuchten. Ze doen dat ook als Marjolein iets in de kring vertelt.
Plotseling klinkt een luide, duidelijke stem. De kinderen vragen zich af wie het is: Marjolein of Elske die ook achter de poppenkast zit. Maar het blijkt Marjolein te zijn. Ze overvleugelt in het spel Elske volkomen. Iedereen is heel erg verbaasd. En sindsdien luisteren de kinderen veel bewuster als Marjolein iets zegt. Ze weten nu dat ze goed poppenkast kan spelen.
Marjolein zelf is nu iets losser geworden. Ze uit zich wat meer, hoewel het een stil, wat teruggetrokken meisje blijft.
Van die situaties leren we. Als de ervaringen bruikbaar zijn, nemen we ze op in ons repertoire. Maar als we professioneler willen werken, kunnen we het natuurlijk niet van het toeval af laten hangen. We moeten dan op een meer systematische wijze gebruik maken van ervaringen van onszelf en anderen. Niet alleen maar gefocust op probleemgedrag en probleemsituaties, want daar kleven grote beperkingen aan. Vaak zijn probleemsituaties te geladen om er met enige afstand en objectiviteit naar te kijken. Bovendien blijken oorzaken heel vaak terug te wijzen naar een gebrekkig zelfbeeld en gebrekkige sociale vaardigheden.
Natuurlijk is soms specifieke aandacht nodig voor sociaal-emotionele problemen die duidelijk afwijkend gedrag te zien geven. Maar op termijn kan het wel eens besparing van tijd en vooral van energie opleveren als we meer `preventief' bezig zijn met een positieve ondersteuning van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. En dan niet alleen van probleemkinderen, maar van alle kinderen.
1. Welke onderwerpen zijn belangrijk?
Alhoewel in de praktijk meestal alles met alles blijkt samen te hangen (zie schema Inhoud sociaal-emotionele ontwikkeling), is een pragmatische uitsplitsing naar inhoudelijke aspecten nuttig om onze aandacht en energie gericht in te zetten:
2. Hoe ontwikkelen kinderen zich sociaal-emotioneel?
Voor de diverse leeftijdsgroepen groep 1-2, groep 3-4, groep 5-6 en groep 7-8 geven we hier een korte schets van de ontwikkeling van kinderen: ontwikkeling/rijping, kritische momenten in de ontwikkeling, risico's.
Zowel de gesignaleerde kansen als de risico's zijn indicaties voor de wenselijkheid om de betreffende aspecten een plaats te geven in het onderwijsprogramma.
De ontwikkelschetsen zijn in feite profielschetsen van het gemiddelde van een bepaalde leeftijdsgroep. Daardoor is de gebruikswaarde beperkt. In de praktijk vragen deze profielschetsen om nadere invulling en differentiatie, omdat kinderen nu eenmaal grote verschillen vertonen: rijping, leeftijd, milieu. Naarmate de kinderen ouder worden, zien we deze verschillen vaak toenemen.
Meer specifieke informatie krijgt u door de achtergronden van ieder kind te leren kennen. En door de ontwikkeling van de kinderen op dit terrein goed te volgen, bijvoorbeeld met een leerlingvolgsysteem.
3. Welke leerlijnen kan ik daaraan ontlenen? Leerlijn
De leerlijnen 
Een leerlijn is een reeks van samenhangende doelen voor de diverse leeftijdsgroepen.
Het is aan scholen te bepalen welke aanpassingen gewenst zijn, gelet op de eigen schoolpopulatie en de sociaal-emotionele problematiek in school en in de gezinnen.
Het toeschrijven van doelen aan bepaalde leeftijdsgroepen betekent niet dat andere groepen daar niet mee bezig zouden kunnen zijn. Wat in eerdere leeftijdsgroepen is geleerd, klinkt vaak in geïntegreerde vorm door in doelen/activiteiten van latere leeftijdsgroepen.
De leerlijnen zijn rechtstreeks afgeleid van de kerndoelen: leergebiedoverstijgende kerndoelen (zelfbeeld en sociaal gedrag) en de kerndoelen voor gezond en redzaam gedrag en samenleving (groepen). Daardoor zijn ze op een tamelijk globaal niveau geformuleerd.
Om ze wat meer duidelijkheid te geven, zijn ze nader gespecificeerd in vragen uit de belevingswereld van kinderen/jongeren. Deze vragen zijn overgenomen uit de methode 'Sociale redzaamheid en gezond gedrag' (Thema: Ik, jij, wij), die op basis van deze leerlijnen is ontwikkeld (Houterman, e.a., 1993-1994).
Bij deze leerlijnen is het terrein sociaal-emotionele ontwikkeling verdeeld in:
4. Welke benaderingen zijn het meest effectief?
Het hangt vaak sterk af van de situatie welke benadering de beste effecten oplevert.
Enkele tips op basis van succeservaringen uit de praktijk:
Doe dit bij voorbaat samen met een collega. Je kunt dan praktijkervaringen uitwisselen, aanpakken vergelijken, er samen over nadenken en daardoor elkaar helpen.
Bij het stimuleren van kinderen gaat het altijd om een mix van geplande aandacht (in lessen), incidentele aandacht (inschieten op actuele situaties) en aandacht voor factoren in de omgeving die het sociaal-emotioneel functioneren van kinderen kunnen bevorderen, zoals:
5. Welk voorbeeld geef ik zelf in de omgang met de kinderen?
Als leerkracht zet je een stempel op het doen en laten van kinderen. Je beïnvloedt de groepssfeer, je oefent invloed uit op het zelfbeeld en zelfvertrouwen van kinderen.
De hoeveelheid en de soort aandacht die je aan een bepaald kind geeft, bepaalt mede diens sociale positie in de groep. Veel en positief gekleurde aandacht geeft kinderen een sterkere positie ten opzichte van groepsgenoten.
Kinderen zien in hun leerkracht vaak een voorbeeld dat ze willen navolgen: 'Onze juf zegt...'. Kinderen kunnen hun leerkracht ook ervaren als iemand aan wie ze schoolvrees en slapeloze nachten te danken hebben.
De vraag of kinderen zich identificeren met een leerkracht is sterk afhankelijk van de ervaren afstand tussen het gedrag van de leerkracht en wat thuis gebruikelijk is.
De meeste invloed heeft je gedragsgemiddelde in de klas: de manier waarop je je gewoonlijk in de klas gedraagt.
Uitschieters, zowel in positieve als in negatieve zin, zijn in dit verband niet zo interessant, omdat ze relatief weinig voorkomen. Een voor de hand liggende vraag is dan: met welk gedragsgemiddelde kun je als leerkracht een positieve invloed uitoefenen op de sociaal-emotionele gesteldheid en ontwikkeling van kinderen? Een aantal voorbeelden geven we hieronder:
Het kan nuttig zijn het eigen gedragsgemiddelde eens tegen het licht te houden (zie vragenlijst 'eigen voorbeeld).
Maak bij deze reflectie gebruik van geluids- of video-opnamen van een aantal onderwijsactiviteiten. Beluister/bekijk deze opnames steekproefsgewijs alleen of samen met een collega. Of vraag een klassenassistent of een stagiair deze activiteiten met behulp van de vragenlijst te observeren. Omdat kinderen vaak met meerdere leerkrachten te maken hebben, is het belangrijk na te gaan of er een gemeenschappelijke lijn zit in het voorbeeldgedrag.
6. Wat is het belang van een goed sociaal-emotioneel klimaat en hoe kan ik dat verbeteren?
De school moet een veilige plaats zijn, waar kinderen zich op hun gemak voelen, zichzelf durven zijn, zich geaccepteerd weten, vertrouwen in zichzelf en anderen kunnen hebben. Als het daar aan schort, leren ze niet lekker, zien ze er tegen op om naar school te gaan, hun leerprestaties blijven achter en het regent conflicten. Dat is niet goed voor de ontwikkeling en voor het welzijn van kinderen. En ook niet voor uw werkplezier. (Looy, e.a., 1998)
Reden genoeg om eens na te gaan of het sociaal-emotioneel klimaat, de sfeer op school/in de klas voor verbetering vatbaar is. Deze investering loont volop de moeite. Niet alleen omdat het werkplezier en de motivatie toenemen, maar ook omdat u minder tijd hoeft te besteden aan het beslechten van ruzies, het optreden tegen ordeverstoringen en het motiveren van kinderen. In klassen met een slechte sfeer blijkt alleen al 50% van de beschikbare onderwijstijd verloren te gaan aan ordehandhaving.
7. Hoe kan ik de school- en thuissituatie beter op elkaar afstemmen?
`School is school en thuis is thuis' is zo'n gevleugelde uitspraak van ouders die proberen de invloed van school buiten de huisdeur te houden. In sommige gevallen leven kinderen in twee zeer verschillende werelden.
Maar stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen kan niet zonder een zo goed mogelijke samenwerking tussen school en ouders/verzorgers.
Een goede samenwerking is alleen maar mogelijk op basis van wederzijds respect en vertrouwen. Dat vraagt uiteraard kennis en inzicht in de verwachtingen van de ouders.
Verlaag de schooldrempel Bijvoorbeeld:
Denk binnen het team weer eens na over nieuwe mogelijkheden of over uitbreiding/wijziging van bestaande ideeën (voorbeelden 
- Stimuleer kinderen om hun ouders voor of na schooltijd in de klas te laten zien waar ze mee bezig zijn.
- Richt een ouderhoekje in waar ouders op hun gemak op hun kinderen kunnen wachten, even met elkaar kunnen praten en door bulletins, foto's, presentaties en dergelijke over actuele schoolzaken worden geïnformeerd en de school zien leven.
- Vooral presentaties met veel beeld en weinig tekst zijn een goed communicatiemiddel.
- Laat ouders kennisnemen van de schoolpraktijk door middel van bijvoorbeeld instuifochtenden, openbare lessen, videofilms van buitenschoolse activiteiten als schoolreisjes en sportdagen, onderwijsmarkten en tentoonstellingen.
- Ga eens na of contactavonden, kennismakingsavonden en themabijeenkomsten een interactiever karakter kunnen krijgen. Meer gericht kunnen worden op het uitwisselen van opvattingen en ervaringen tussen de opvoeders thuis en op school (zie ook Tip 4).
- Schakel hierbij eventueel ook de wijkinstellingen in die de ouders op een andere manier al benaderen. Bijvoorbeeld via gezinsinterventieprogramma's.
- Organiseer activiteiten die in het belang van hun kinderen zijn en waarbij ouders een rol kunnen vervullen, zoals vertellen over hun beroep.
- Schuw informele contacten niet, maar houd ook geen leerlingenbespreking op de markt.
- Laat in de aankleding van de school zien dat u waarde hecht aan verschillen, bijvoorbeeld: meertalige aanduidingen, interculturele materialen, boeken en schoolkrant in meertalige versies.
Zorg voor een duidelijke en goed gespecificeerde rapportage over de kinderen en denk na of een schriftelijke rapportage de enige vorm moet zijn
De manier waarop je als school rapporteert over de ontwikkeling van kinderen laat duidelijk zien wat je belangrijk vindt:
In ieder geval zou je als school ook de leergebiedoverstijgende kerndoelen in de rapportage moeten betrekken: Werkhouding, Zelfbeeld en Sociaal gedrag. Een Een praktijkvoorbeeld uit een leerling-rapport voor groep 3: Sociaal gedrag Om gespecificeerd te kunnen rapporteren is het aan te bevelen kinderen op dit terrein goed te volgen in hun ontwikkeling. Maak bijvoorbeeld twee keer per jaar een profiel van alle kinderen. Gebruik hiervoor een leerlingvolgsysteem of eigen profiellijst (zie Profiellijst). Rollenspel 'gesprek met ouders' Nabespreking Geef vervolgens de toeschouwers de gelegenheid hun reacties naar voren te brengen. Vraag bij deze reacties een positieve toon te kiezen. Vertrek hierbij vanuit de aantekeningen die ze hebben gemaakt of stel vragen als: Vraag eventueel ook reacties op belangrijke momenten. Bijvoorbeeld: `Wat vond je van de manier waarop A op dat moment op B reageerde?
praktijkvoorbeeld 
Zelfbeeld
- heeft nog moeite met het verwerken van teleurstellingen / kan teleurstellingen goed verwerken
- heeft een beetje zelfvertrouwen / heeft veel zelfvertrouwen
- kan gedragsimpulsen niet beheersen / kan gedragsimpulsen geheersen
- heeft nog moeite met het opkomen voor zichzelf en anderen / kan en durft voor zichzelf en andere op te komen
- heeft nog moeite met het respectvol omgaan met leeftijdsgenoten / gaat respectvol om met leeftijdsgenoten
- voelt zich minder prettig in de groep / voelt zich prettig in de groep
Verbeter uw vaardigheid in het voeren van moeilijke gesprekken met ouders
Bij het voeren van een zogenaamd `slecht-nieuws-gesprek' spelen inlevend vermogen en goede gesprekstechnieken een beslissende rol. Maar ook kennis en inzicht in de verschillen tussen de verwachtingen van school en ouders.
Om uzelf op dit punt verder te ontwikkelen, kan het nuttig zijn om een dergelijk gesprek eens samen met een collega te voeren en na te bespreken. Dit is zeker nuttig voor leerkrachten die nog weinig ervaring op dit punt hebben.
Dit onderwerp is belangrijk genoeg om er een deel van de scholingstijd in teamverband aan te besteden. In het rollenspel `gesprek met ouders' 
Aanwijzingen voor de spelcoördinator
- Vermeld vooraf de bedoeling en beknopte inhoud: Dit rollenspel is een concrete oefenmogelijkheid voor een oudergesprek. In dit rollenspel gaat juf Geke van groep 3 op kennismakingsbezoek bij de familie Jespers. Het is haar eerste ouderbezoekje dit schooljaar. Hun zoontje Mark zit nog maar enkele weken bij haar in de klas, maar ze ziet nu al dat er grote problemen aankomen. Het is dus niet zomaar een vrijblijvend bezoekje.
- Verdeel de rollen en laat de spelers een maatje kiezen met wie ze samen de rol voorbereiden. Het is de bedoeling dat dit maatje tijdens het spel in de buurt blijft zitten en door de speler geraadpleegd kan worden tijdens een time-out.
- Geef de spelers voldoende tijd om hun rol door te lezen en zich in te leven in de situatie. Deze rolinformatie blijft geheim tot aan het nagesprek.
- Instrueer intussen de overige teamleden voor hun rol als toeschouwer. Verdeel de toeschouwers zo mogelijk in drie groepen. Iedere groep / ieder teamlid krijgt de opdracht vooral te letten op één van de spelers: juffrouw Geke, meneer Jespers of mevrouw Jespers. Laat ze hierbij aantekeningen maken over zaken die hen in positieve of negatieve zin opvallen.
- Zorg voor een soepele start van het rollenspel door een duidelijk startpunt aan te geven als iedereen er klaar voor is. Bijvoorbeeld: 'Het is zeven uur en juffrouw Geke belt aan bij de familie Jespers.'
- Geef ruimte voor time-outs als één van de spelers daar behoefte aan heeft.
- Probeer het rollenspel ook op een soepele wijze te beëindigen.
Geef na afloop eerst de spelers de gelegenheid terug te kijken op hun rol:
- Vonden ze het moeilijk?
- Zijn ze tevreden met hun aanpak?
- Zouden ze het een volgende keer weer zo doen?
- Denk je dat er voldoende informatie op tafel is gekomen om een goede diagnose te stellen en te zoeken naar een oplossing?
- Zijn er goede afspraken gemaakt? Wat vond je daaraan goed? Hoe zou je het nog beter kunnen doen?
- Denk je dat er voldoende vertrouwen is (ontstaan) tussen juffrouw Geke en beide ouders? Maak zonodig duidelijk dat een goede vertrouwensbasis een essentiële rol speelt.
Rollen
Mevrouw Jespers
Je bent 34 jaar en werkt parttime als receptioniste bij een administratiekantoor. Je man is 36 jaar en bouwvakker. Jullie hebben een dochtertje van 3 jaar, Maaike, en een zoon van 6 jaar, Mark. Mark zit nu enkele weken in groep 3 bij juffrouw Geke.
Met Mark heb je wat problemen. Hij heeft de laatste tijd vaak last van buikpijn en hoofdpijn en is dan onhandelbaar. Hij slaapt soms slecht en speelt bij vriendjes altijd de baas. Op school gaat het volgens jou ook niet echt goed. Juffrouw Geke komt weliswaar op kennismakingsbezoek, maar er zit vast meer achter. Je maakt je zorgen.
Meneer Jespers
Je bent 36 jaar en bouwvakker. Je vrouw is 34 jaar en parttime receptioniste. Jullie hebben een dochtertje van 3 jaar, Maaike, en een zoon van 6 jaar, Mark. Mark zit sinds kort in groep 3 bij juffrouw Geke.
Voor Mark is nu de echte schooltijd begonnen: lezen, rekenen, schrijven. Je houd je goed op de hoogte van zijn vorderingen, want je wilt graag dat Mark verder komt dan de bouw. Daar is hij overigens ook niet sterk genoeg voor: hij heeft vaak last van buikpijn en hoofdpijn. Je hoopt dat hij wat sterker wordt en stimuleert hem zich niet op z'n kop te laten zitten. Je hebt hoge verwachtingen van Mark op school. Je bent dan ook benieuwd naar de eerste ervaringen van juffrouw Geke die op kennismakingsbezoek komt.
Juffrouw Geke
Je bent 26 jaar en hebt twee jaar ervaring in groep 3. Je hebt een afspraak gemaakt met de familie Jespers. Hun zoon Mark zit bij jou in de klas. Je gaat voor een eerste kennismaking en wilt graag weten hoe ze wonen en leven, wat voor werk ze doen, enzovoort. Voor je kennismakingsronde ga je als eerste naar de familie Jespers, omdat je je nogal zorgen maakt. Mark heeft vaak last van buikpijn en hoofdpijn en zijn prestaties blijven flink achter. Hij heeft een grote drang om zijn best te doen, maar kan zich slecht concentreren en heeft flinke last van faalangst. Op het speelplein heeft hij een grote geldingsdrang en slaat er soms flink op los.
Je wil er achter zien te komen waar dit toch vandaan komt en hoe de situatie is te verbeteren.
Uit ervaring weet je dat goede afspraken met de ouders op basis van vertrouwen onmisbaar zijn. Natuurlijk heb je eerst wat meer informatie van de thuissituatie nodig, maar je neigt er nu al naar voor Mark een aparte aanpak te kiezen: lager tempo, kleinere leerstapjes, positieve stimulering en vermindering van de prestatiedruk. Maar eens kijken hoe het gesprek loopt.
NB: Op meertalige scholen betrekt u natuurlijk de allochtone leerkracht bij de gesprekken of een tolk van een tolkencentrum.
Organiseer interactieve ouderavonden Een voorbeeld van een interactieve ouderavond: Opdrachtvoorbeelden
Als dat op uw school mogelijk is, is een thema-avond over sociaal-emotionele ontwikkeling een prachtige kans om ouders op een actieve manier kennis te laten maken met wat u hier op school aan doet en hoe u dit doet.
Zo'n bijeenkomst heeft alleen zin als het geen éénrichtingsverkeer is, maar er volop prikkels zijn voor ouders om met eigen meningen, ervaringen en problemen naar voren te komen.
Realiseer je dat dit laatste in meertalige scholen van ouders soms iets vraagt wat ze juist niet kunnen/willen. Veiligheid is hier te creëren door met homogene groepen te werken, als het even kan in de eigen taal. Een voorbeeld 
- Zet door de school een route uit met genummerde opdrachten. (Zie Opdrachtvoorbeelden)
- Vraag in deze opdrachten naar ervaringen, meningen en suggesties van de ouders. Ze worden hierbij ook aan het denken gezet hoe zij ook in de thuissituatie de sociaal-emotionele ontwikkeling kunnen stimuleren.
- Laat de opdrachten in groepen van vier tot vijf personen uitvoeren. Dit maakt onderlinge discussie mogelijk.
- Geef iedere groep een startnummer en laat ze bij de opdracht met dat nummer beginnen. Hierdoor wordt een goede spreiding van de ouders over de route verkregen.
- Niet alle opdrachten hoeven te worden afgewerkt.
- Zo nodig kunnen de ouders een beroep doen op de over de route verspreide teamleden.
Deze voorbeelden zijn overgenomen uit de schoolkatern Ik, jij, wij van het programma 'Sociale redzaamheid en gezond gedrag' (De Ruiter, 1993).
Stelling 1:
Zelfvertrouwen wordt bepaald door het beeld dat je van jezelf hebt.
Opdracht:
Hoe ziet u uzelf? Met andere woorden: hoe is uw zelfbeeld? Omcirkel de woorden op het 'Ik-lint' die bij u passen. Durft u voor uw zelfbeeld uit te komen? Speld het Ik-lint dan op.
Organisatie:
Zorg voor voldoende kleurstiften of markeerpennen, spelden of tape en kopieën van kopieerblad 6 - Ik-lint.
Stelling 2:
Het is voor het zelfvertrouwen van een kind belangrijk dat het de eigen mogelijkheden, kenmerken, wensen, gevoelens, beperkingen en voorkeuren leert kennen.
Opdracht:
Wij doen dat in groep 7 en 8 onder andere door deze lessen. Uw commentaar?
Organisatie:
Leg bijvoorbeeld (kopieën van) de activiteiten 1 tot en met 4 voor groep 7 en groep 8 neer.
Zorg ervoor dat iemand van het team aanwezig is.
Stelling 3:
Een goed contact tussen leerkracht en ouders is in het belang van de gezondheid van het kind.
Toelichting:
Vooral als er zich problemen voordoen is het noodzakelijk daarover op het juiste moment met elkaar te overleggen (verdriet, faalangst, geen vriendjes of vriendinnen, stress, enzovoort).
Opdracht:
Uw ervaringen en suggesties?
Speel een actieve rol bij gewenste advisering/hulpverlening aan ouders Voor een deel kan dit probleem worden ondervangen door te proberen advies- en hulpvragen zoveel mogelijk te kanaliseren:
Op school is hier lang niet altijd ruimte voor. Het bieden van een luisterend oor en meedenken op basis van eigen ervaringen en inzichten kost tijd en bovenal energie. Vooral ook omdat het nogal eens op onverwachte momenten speelt en dan soms ongelegen komt. Voor een deel kan dit probleem worden ondervangen door te proberen advies- en hulpvragen 
Besteed in het informatiebulletin van de school regelmatig aandacht aan sociaal-emotionele onderwerpen. Bijvoorbeeld vuistregels voor de hulp aan faalangstige kinderen.
Organiseer samen met hulpverleners een spreekuur voor ouders met vragen op dit terrein.
Nodig zo nu en dan een gast uit met veel kennis en ervaring op een terrein dat volgens u om extra aandacht vraagt: iemand van het RIAGG of de kindertelefoon, een psycholoog, een vertrouwensarts.
Zorg hierbij voor tweerichtingsverkeer. Video-opnamen van situaties in klaslokalen en op het plein kunnen een uitstekende start voor de discussie vormen.
Verwijs door / bemiddel naar professionele hulpverleners. Zorg hierbij voor goede afspraken binnen de school en voor een actuele en goed gespecificeerde sociale kaart. Een sociale kaart is een overzicht van hulpverlenende instanties: aanbod, werkwijze, adresgegevens, en dergelijke.