Het is een misverstand ervan uit te gaan dat een goede groepssfeer te danken is aan de leerkrachten en dat een slechte sfeer te wijten is aan een paar etterbakken in de groep. Er is altijd sprake van een samenspel met de leerkrachten in de rol van spelverdeler. Dat betekent dat leerkrachten het meeste gewicht in de schaal leggen. Ook als het percentage aandachttrekkers, ruziezoekers en dwarsliggers tot onwaarschijnlijke hoogten stijgt, bepalen de leerkrachten hoe ze daar mee omgaan. En die keuze is sfeerbepalend, namelijk sfeerverbeterend of sfeerbedervend.
Leerkrachten met een positieve basisinstelling blijken een gunstige uitwerking op de groepssfeer te hebben:
Leerkrachten die zichzelf vooral als ordehandhaver zien en voortdurend bedacht zijn op kinderen die de rust verstoren, zijn vaak star in hun optreden en dragen zo ongewild bij aan het ontstaan van een gespannen sfeer in de klas.
Zelfanalyse
Te veel programmadruk maakt je gehaast en ongeduldig. Onverwachte gebeurtenissen ervaar je vooral als storend en doen een aanslag op je incasseringsvermogen. De spanning in de klas neemt toe en de kans dat kinderen problemen gaan veroorzaken eveneens.
Werken aan sfeerverbetering omvat daarom ook kijken naar de belangrijkste sfeerbepaler van de klas: jezelf. Zit je als leerkracht goed in je vel? Kun je je werk aan? Laat je je misschien gek maken door CITO-toets of door overvragende, onredelijke ouders.
Zelfanalyse