Als leerkracht jezelf zijn, heeft aantrekkelijke kanten, zowel voor jezelf als voor anderen. Je hoeft jezelf niet flinker, handiger, slimmer of sterker voor te doen dan je bent. Anderen weten wat ze aan je hebben. Ze zullen daardoor eerder geneigd zijn ook gewoon zichzelf te zijn. Dat geldt met name voor kinderen. Als ze merken dat hun leraar naturel is (voorbeeldfunctie), zullen ze ook eerder hun gedachten en gevoelens aan hem toevertrouwen. Zo krijgen ze een duidelijker beeld van wat hun gedrag bij de leerkracht oproept.
Leerkrachten kunnen hun privé-opvattingen, gedachten en gevoelens het best in ik-zinnen formuleren: 'Ik houd van lila' en 'Ik vind je niet aardig' in plaats van 'Lila is een mooie kleur' en 'Jij bent niet aardig'. 'Ik vind lila een mooie kleur' is niet meer dan een mening, waarover je dus ook over van mening kunt verschillen. De uitspraak 'Lila is een mooie kleur' heeft ten onrechte het karakter van een natuurwet, die geen tegenspraak duldt.
Jezelf zijn kent ook grenzen. Het geeft geen pas je slechte humeur op kinderen af te reageren. Wat oudere kinderen begrijpen de mededeling: 'Jongelui, ik merk dat ik vanmorgen met het verkeerde been uit bed ben gestapt. Willen jullie me tot half tien de tijd geven weer wat vriendelijker te worden. Zeg tot die tijd maar even niets tegen me. Okay?' Je zou een dergelijk verzoek eigenlijk alleen kunnen doen, als kinderen in principe dat ook zouden mogen!' (Looy, e.a., 1998)