zoek zoeken:

Werken aan een positief sociaal emotioneel klimaat

Gevoelens van zichzelf en anderen

  1. Waarom is leren omgaan met gevoelens belangrijk?
  2. Hoe kan ik het leren omgaan met gevoelens bevorderen?
  3. Welke ontwikkeling maken kinderen door en wat zijn zinvolle tussendoelen?
  4. Hoe kan ik in de les aandacht besteden aan het omgaan met gevoelens?

1. Waarom is leren omgaan met gevoelens belangrijk?
Gevoelens heb je de hele dag. Ook op school. Daarom kunnen we in school gewoon niet om die gevoelens heen. Of het nu gaat om eigen emoties dan wel om de gevoelens van onze leerlingen, we mogen ze niet negeren. Proberen we dat toch, dan komt dat de geestelijke gezondheid van alle betrokkenen niet ten goede. Zelfs de schoolprestaties kunnen er nadelig door worden beïnvloed.
Om erachter te komen welke gevoelens een kind heeft, is het nodig het kind te stimuleren zijn gevoelens te uiten. Dat kan door middel van gesprekken, maar ook drama, muziek, dans en beeldende expressie zijn middelen waarmee gevoelens geuit kunnen worden. We mogen kinderen echter nooit dwingen hun gevoelens en gedachten aan derden te laten weten. Ook kinderen hebben recht op privacy. Soms kan het zelfs geboden zijn al te openhartige kinderen tegen zichzelf te beschermen. Immers, niet in elke omgeving wordt even zorgvuldig omgesprongen met de gevoelens en gedachten die je uit. Ook dat moeten kinderen leren.
Bij het omgaan met gevoelens zijn twee zaken belangrijk. Het eerste is dat rekening gehouden wordt met verschillen tussen kinderen. In sommige culturen is het helemaal niet gebruikelijk om je gevoelens te uiten en in andere culturen juist wel.
Het vragen naar gevoelens en het uiten van gevoelens is geen universeel gegeven. In Nederland wordt het direct uiten van gevoelens gewaardeerd. Voor ons betekent het, dat iemand sociaal competent is. In collectivistische culturen wordt sociale competentie anders ervaren. Sociaal competent zijn betekent daar juist het beheersen en indirect uiten van gevoelens, het begrijpen van de context van de boodschappen en eerlijkheid naar de groep. Vragen stel je indirect. Een kind dat teveel vragen stelt is nieuwsgierig. De mening van je vader of moeder niet overnemen is brutaal. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse situatie waar vragen stellen juist wordt gewaardeerd.
Uit: Kayser, D. (1996). Interculturele sociale vaardigheden op de basisschool. Basisboek voor leerkrachten en hulpverleners. Utrecht: De Tijdstroom.

Ten tweede is het belangrijk dat rekening gehouden wordt met de bron van de gevoelens. Hoe komt het dat een kind zich zo voelt? Wat is de aanleiding? Daarbij gaat het niet alleen om negatieve ervaringen, maar ook om positieve ervaringen.

2. Hoe kan ik het leren omgaan met gevoelens bevorderen?

Accepteer kinderen zoals ze zijn en probeer u in te leven in hun gedachten en gevoelens
Essentieel is, dat we in staat zijn de gevoelens en gedachten van kinderen serieus te nemen. Hoe vaak wordt er niet, dikwijls overigens met de beste bedoelingen, over de gevoelens van kinderen heen gewalst: 'Kop op meid. We kopen wel weer een nieuw hondje.' Misschien gebeurt dat wel, omdat verdriet en angst niet passen bij het beeld van het gelukkige, zorgeloze kind. Om dezelfde reden wordt het overlijden van opa of oma vaak met een waas van geheimzinnigheid omgeven. Niet zelden met averechts gevolg. Een kind dat huilend naar je toekomt met de mededeling 'Mijn vinger doet zeer' is niet gebaat met de reactie: 'Toe wees nou een flinke vent. Om zo'n klein schrammetje huil je toch niet.' Met zo'n reactie zeggen we eigenlijk: 'Je voelt niet wat je voelt. Houd je gevoelens maar voor je. We nemen ze toch niet serieus.'
Kinderen die vaak met dergelijke reacties worden geconfronteerd, leren hun gevoelens te verbergen, niet alleen voor anderen, maar ook voor zichzelf. Op den duur weten ze met hun emoties geen raad.
In het geval van het huilende kind zouden we kunnen zeggen: 'Ik zie dat je een schrammetje hebt. Dat kan pijn doen.' Daarmee erkennen we de gevoelens van het kind en geven het de aandacht waar het in feite om vroeg. Deze benadering is ook geschikt voor kleinzerige kinderen. We zeggen namelijk niet dat de schram pijn doet, maar dat het pijn kan doen. Op die manier vertalen we wel de boodschap, maar zonder die zelf te bestrijden of te onderschrijven.

Wees alert op emotionele signalen van kinderen
Emotionele signalen kunnen opvallen. Zo kan een kind huilend van school komen. Het kind kan dan gerust even apart worden genomen om te kijken wat er aan de hand is, maar emotionele signalen vallen niet altijd op. Zo valt het nauwelijks op als een rustig kind nog stiller is dan anders. Rustige kinderen zien we toch al gemakkelijk over het hoofd. Teruglopende schoolprestaties als gevolg van toegenomen spanningen in het gezin zijn ook vaak moeilijk als zodanig te herkennen. Anders gezegd: Soms zien we bepaalde signalen wel, maar herkennen we ze niet als emotionele signalen.
Kinderen die hierbij apart aandacht verdienen, zijn de kinderen die vanuit een ander land naar Nederland komen en hier naar school gaan (asielzoekerkinderen). Het zijn kinderen die soms een verleden hebben met veel negatieve ervaringen. Signalen bij deze kinderen dient u dan ook extra serieus te nemen. Het is zaak om u als leerkracht te verdiepen in de achtergrond van deze kinderen om erachter te komen wat deze kinderen hebben meegemaakt. Vraagt u dat echter niet direct aan het kind zelf, maar bevraag de personen uit de omgeving van het kind.
Emotionele signalen hoeven overigens niet alleen betrekking te hebben op nare zaken. Sommige kinderen zijn erg druk of wispelturig rond hun verjaardag of in de Sinterklaastijd.

Probeer, als daar aanleiding voor is, de gevoelens van de kinderen onder woorden te brengen
Door de gevoelens die we bij kinderen vermoeden, onder woorden te brengen, helpen we hen zich van die gevoelens bewust te worden. Kinderen vatten het vaak op als een blijk van medeleven: iemand heeft belangstelling voor wat hen bezig houdt. Het gaat dan zowel om positieve (blij, trots) als negatieve (bang, naar) gevoelens. (Situatieschets: Spelen bij een vriendje of vriendinnetje) 

Situatieschets Spelen bij een vriendje of vriendinnetje
Suze is aan de beurt om iets in de kring te vertellen. Ik vraag haar of ze het leuk heeft gehad bij Sharon (een klasgenoot, waar ze voor het eerst ging spelen). Suze vertelt dat ze wel bij Sharon is geweest, maar met haar moeder terug is gegaan. Ze is niet blijven spelen. Op mijn vraag 'Het was er zeker anders dan bij jullie, hè?', knikt ze bevestigend. 'En je kende het bij Sharon natuurlijk nog niet zo goed. Was je een beetje bang?'
'Ja, ik moest huilen.'
Ik vraag aan andere kinderen, of ze ook wel eens bang of verdrietig zijn geweest, als ze bij iemand gingen spelen. Enkele kinderen reageren: 'Ja, toen ik ging logeren bij opa en oma, want ik moest alleen slapen op zolder. En ik was alleen en toen ging ik huilen.' vertelt Tom. Olaf vertelt dat hij niet verdrietig was, want zijn zusje was bij hem toen hij ging logeren. Suze: 'De volgende keer mag mijn broertje ook mee spelen.' 

Sommige boeken suggereren kinderen, nadat ze iets over zichzelf hebben verteld, te vragen: 'Hoe voelde je je toen?' Veel leerkrachten vinden het moeilijk deze vraag te stellen. Ook omdat jonge kinderen vaak niet weten hoe ze hun emoties onder woorden moeten brengen. Soms zijn ze zich niet eens bewust, welke gevoelens ze hadden. Het kan daarom beter zijn om te vragen 'Was je een beetje verdrietig?' of 'Was je toen blij?' Als dit het geval was, ondervindt het kind daardoor begrip. Voelde het kind zich niet verdrietig, dan is een simpele ontkenning voldoende, terwijl uit de vraag toch medeleven blijkt. 

 

Soms zijn woorden overbodig
Een kind met een enorme huilbui heeft helemaal niet zo'n behoefte aan woorden. Het schreeuwt gewoon zijn verdriet uit. Alleen een blijk van medeleven is voldoende: Een blik van verstandhouding, een glimlach, een knipoog, een beweging met het hoofd.
Soms werkt het heel positief als je in zo'n situatie een kind gewoon tegen je aandrukt. Daar gaat geborgenheid en begrip van uit. Meer is soms niet nodig.
U merkt het vanzelf of het kind over de oorzaak van het verdriet wil praten of toch maar liever niet. (Situatieschets: Bjorn) 

Stimuleer de kinderen met gevoelens en gedachten van anderen rekening te houden
Het is belangrijk dat er op school aandacht is voor het uiten van gevoelens. Alleen daardoor al ervaren de leerlingen, dat gevoelens belangrijk zijn. Zo belangrijk zelfs dat er op school aandacht aan wordt besteed. Het uiten van gevoelens en het praten hierover, leert kinderen ook, dat ze met bepaalde emoties niet alleen staan: anderen zijn ook wel eens bang in het donker of zenuwachtig voor een proefwerk. Verder krijgen de kinderen gaandeweg in de gaten, wat klasgenoten bezig houdt en hoe zij op bepaalde situaties reageren. Die informatie is nodig om met de gevoelens en gedachten van anderen rekening te kunnen houden. Een belangrijk aspect hierbij is de diversiteit van de sociale en culturele achtergronden van kinderen. Bang zijn in het donker kan bijvoorbeeld verschillende oorzaken hebben.
De beste stimulans gaat uit van het voorbeeld dat we zelf geven. Als uit het gedrag van kinderen blijkt, dat ze met de gevoelens en gedachten van anderen rekening proberen te houden, kunnen we dat gedrag bekrachtigen door opmerkingen als 'Ik vind het aardig van je dat je even met Simone meeging, toen je merkte dat ze niet alleen durfde.'

Steek uw gevoelens niet altijd onder stoelen of banken
We pleiten er niet voor, dat u de kinderen in uw klas steeds met uw gevoelens op schept. Ten eerste heeft u als leerkracht recht op privacy. Ten tweede mogen de gevoelens van de leerkracht niet steeds het klassengebeuren domineren. Soms echter hebben kinderen informatie nodig over uw gemoedstoestand, omdat ze uw gedrag anders niet kunnen begrijpen. Ook kan het kinderen helpen eigen gevoelens te accepteren en er mee leren om te gaan, als ze merken dat hun leerkracht soms dezelfde gevoelens heeft. (Situatieschets: Bang zijn 

Houd de emotionele kant van leren en onderwijzen even goed in de gaten als de verstandelijke kant
Aan leren zitten zowel verstandelijke als emotionele kanten. Het zijn vooral de emoties die een persoonlijke dimensie aan het leren geven. Deze emoties zijn van belang, al was het alleen maar, omdat ze het effect van leren en onderwijzen (zowel positief als negatief) kunnen beïnvloeden. Zo kunnen bijvoorbeeld stresssituaties die het gevolg zijn van een slechte klassesfeer, het leren en denken van kinderen blokkeren.

Enkele suggesties om de emotionele kant van leren en onderwijzen beter tot zijn recht te laten komen, zijn:

Ga emotioneel geladen onderwerpen in school niet uit de weg
Door emotioneel geladen onderwerpen consequent uit de weg te gaan, lijken we te zeggen: daar besteden we geen aandacht aan, dus is het niet belangrijk.

Algemene richtlijnen wanneer emotioneel geladen onderwerpen het best kunnen worden aangesneden zijn moeilijk aan te geven. Vaak zal de actualiteit bepalen wat het beste tijdstip is: een opmerking tijdens een kringgesprek, de aankomst van Sinterklaas, de opname van een klasgenoot in het ziekenhuis, het stiekem doorgeven van 'blote plaatjes' of de dood van een ouder van één van de kinderen. Veel van dit soort onderwerpen kan echter op andere momenten worden aangesneden op voorwaarde dat de kinderen er over willen praten.

Soms brengt een kind een onderwerp in en haken andere kinderen er op in. Het is dan zaak het gesprek niet zonder meer te kappen en de kinderen zoveel mogelijk zelf aan het woord te laten; het gaat tenslotte om hun gevoelens. De rol van de leerkracht is die van gespreksleider en zonodig die van informant, als de inbreng van een kind feitelijk onjuist is of als er anderszins misverstanden uit de weg kunnen worden geruimd.
Soms kan het nodig zijn een gesprek te kappen of een andere wending te geven om op die manier een al te openhartig kind tegen zichzelf te beschermen of om de privacy van ouders te waarborgen.

3. Welke ontwikkeling maken kinderen door en wat zijn zinvolle
tussendoelen 

?
Voor de diverse leeftijdsgroepen groep 1-2, groep 3-4,  groep 5-6 en groep 7-8 geven we hier een korte schets van de ontwikkeling van kinderen: ontwikkeling/rijping, kritische momenten in de ontwikkeling, risico's.
Zowel de gesignaleerde kansen als de risico's zijn indicaties voor de wenselijkheid om de betreffende aspecten een plaats te geven in het onderwijsprogramma (bijvoorbeeld door het op te nemen in een leerlijn 

Leerlijn
Een leerlijn is een reeks van samenhangende doelen voor de diverse leeftijdsgroepen.

).
De ontwikkelschetsen zijn in feite profielschetsen van het gemiddelde van een bepaalde leeftijdsgroep. In de praktijk vragen deze profielschetsen om nadere invulling en differentiatie, omdat kinderen nu eenmaal grote verschillen vertonen: rijping, leeftijd, milieu. Naarmate de kinderen ouder worden, zien we deze verschillen vaak toenemen.
Door de ontwikkeling van de kinderen op dit terrein goed te volgen, bijvoorbeeld met een leerlingvolgsysteem, krijgt u de specifieke informatie die de eigen situatie in beeld brengt.

4. Hoe kan ik in de les aandacht besteden aan het omgaan met gevoelens? 
Jonge kinderen gebruiken vaak hun hele lichaam bij het uiten van gevoelens (dansen van plezier). Ook bij het naspelen van situaties en bij het maken van tekeningen kunnen kinderen hun gevoelens kwijt.
Praten over gevoelens met jonge kinderen kan worden bemoeilijkt, doordat hun woordenschat vaak nog beperkt is. In het kader van taalactiveringslesjes kan daar zonodig iets aan worden gedaan.
Een paar vuistregels voor gesprekken over gevoelens:

  • Laat kinderen zelf komen met gevoelens die ze hebben ('Heb jij dat ook?').
  • Stel open vragen.
  • Dwing geen kind tot spreken, als het daar nog niet aan toe is.
  • Laat kinderen niet te lang achtereen aan het woord.
  • Stiltes zijn zinvol (nadenken, moed vatten). Probeer ze niet vol te praten.
  • Bekritiseer of ontken de gevoelens die een kind naar voren brengt niet.
  • Luister actief.
  • Vraag de kinderen regelmatig, of ze willen herhalen wat een ander zojuist heeft verteld.
  • Sluit het gesprek af door samen met de kinderen te proberen het gesprek samen te vatten (= de belangrijkste zaken nog een keer in herinnering roepen).

Lesachtige activiteiten rond gevoelens en gedachten van kinderen hebben nauwelijks of geen zin, als het daartoe beperkt blijft. Pas als blijkt dat gevoelens in school meetellen (ook bijvoorbeeld tijdens de rekenles), kunnen onderstaande activiteiten een waardevolle aanvulling zijn.

Lessuggesties voor:

Bijlagen: