Maak gebruik van opdrachten waarin de kinderen de volgende vragen beantwoorden:
Waarom doet ? zo? Waarom gedraagt hij/zij zich op deze manier? Hoe voelt ? zich?
Als jij ? was, hoe zou jij je dan voelen?
Als ? blij (boos, verdrietig, bang) is, wat kun je dan doen/zeggen? Hoe kun je ? helpen?
Heb je dat wel eens meegemaakt? Hoe ging dat dan?
In situaties: Als ? jouw vriendinnetje wil zijn, wat doe je dan?
Wat denk je dat ? wil? Denk je dat hij je echt pijn wilde doen? Of was het een ongelukje?
Rollenspel
Laat twee of drie kinderen een rollenspel uitspelen. Alleen de spelende kinderen weten hoe het verhaal verloopt. Stel na afloop aan de andere kinderen vragen als: Wat is er gebeurd? Wat doet ?? Waarom? Kun je je voorstellen dat ? zo doet/reageert? Wat zou je zelf doen? Hoe kunnen ze het oplossen?
Als jij ? was, wat zou jij dan doen?
U kunt gebruik maken van de onderstaande situaties, maar u kunt uiteraard ook zelf situaties bedenken of inspelen op situaties zoals die zich voordoen in de klas.
Denkverhalen
Denkverhalen bevatten vragen die de kinderen aan het denken zetten. Voor het beantwoorden van de vragen is het nodig, dat de kinderen goed luisteren en zich proberen in te leven in de situatie van de figuren die in het verhaal voorkomen. Als blijkt dat kinderen, als gevolg van een beperkte taalvaardigheid, moeite hebben met de bijbehorende beeldvorming, kunt u het verhaal ondersteunen met plaatjes, foto's of tekeningen.
Voorbeeld van een denkverhaal
Imke staat op het trottoir. Ze kijkt aandachtig naar het rode mannetje van het verkeerslicht aan de overkant van de straat. Het is een drukke straat. Auto's zoeven voorbij.
Plotseling is het rode mannetje weg. Er is een groen mannetje voor in de plaats gekomen. 'Nu mag ik oversteken', denkt Imke.
Als ze midden op de zebra loopt, hoort ze vlak naast zich gierende banden.
Imke is ontzettend hard geschrokken. De auto staat half op het zebrapad. Vlak voor haar.
Imke voelt haar hart bonzen van de schrik. Ze kijkt met grote ogen naar de auto. Achter de voorruit ziet ze de bleke gezichten van een man en een vrouw.
De meneer en mevrouw zijn ook erg geschrokken. Ze waren zo druk met elkaar aan het praten dat ze even niet op het verkeer letten. De mevrouw glimlacht naar Imke.
Ze wil Imke laten merken, dat ze het vervelend vindt, dat Imke zo geschrokken is. Imke rent gauw naar de overkant van de weg.
Als Imke aan de overkant is, voelt ze zich weer veilig. Even later is ze thuis. 'Is er iets gebeurd?', vraagt haar moeder.
Imke vertelt van de auto. Haar moeder kijkt heel boos.
'Wat dom van die mevrouw', zegt Imkes moeder. 'Je had wel een ongeluk kunnen krijgen'. Dan vraagt ze: 'Zal ik een lekker glaasje limonade voor je halen?'. Nou, dat lust Imke wel. Even later is ze de auto helemaal vergeten.