zoek zoeken:

Werken aan een positief sociaal emotioneel klimaat

Lessuggesties groep 5-6

Maak gebruik van opdrachten waarin de kinderen de volgende vragen beantwoorden:
Als jij … was, hoe zou jij je dan voelen?
Als … jaloers (afkerig, angstig, ellendig) is, wat kun je dan doen/zeggen? Wat kun je doen om te helpen?
Heb je dat wel eens meegemaakt? Hoe ging dat dan?

Niet leuk!
Lees een verhaal voor (of verzin er één) waarin iemand zich niet prettig voelt. U kunt daarbij gebruik maken van situaties zoals ze hieronder staan beschreven. Als blijkt dat kinderen, als gevolg van een beperkte taalvaardigheid, moeite hebben met de bijbehorende beeldvorming, kunt u het verhaal ondersteunen met plaatjes, foto's of tekeningen.

  1. Je beste vriend komt op maandagmorgen te laat. Als hij de klas binnenkomt, lijkt het alsof hij gehuild heeft. Je vraagt wat er is. Eerst wil hij niets zeggen, maar later vertelt hij dat hij verdrietig is omdat zijn hond doodgegaan is. Wat doe je?
  2. Linda, een meisje in jouw klas, is niet zo groot. Ze wordt dan ook regelmatig uitgescholden voor ukkepuk en klein duimpje. Meestal trekt ze zich er niet zoveel van aan, maar vandaag wordt ze helemaal wit en zegt ze niets meer. Na schooltijd lopen jullie samen naar huis. Linda is nog steeds stil. Wat doe jij?
  3. In de klas wordt gerekend. De juf staat op het bord een som uit te leggen, maar ze maakt allemaal fouten. Ze is duidelijk niet bij de les. Ze kijkt ook wat verdrietig. Later vertelt ze dat haar vader een hartaanval heeft gehad en in het ziekenhuis ligt op de intensive care. Wat doe je?
  4. Je vader komt 's avonds thuis van zijn werk. Je ziet dat hij heel moe is. Als je moeder vraagt hoe het op zijn werk was, zucht hij en vertelt hij dat zijn collega ziek geworden is en dat hij de komende twee weken zijn werk moet overnemen. Hij is bang dat het eigenlijk niet lukt, want hij was zelf ook al zo druk. Hij gaat voor de tv zitten en zapt een beetje voor zich uit. Wat doe je?

Stel na afloop van het verhaal de volgende vragen:

  • Wat denk je dat … voelt?
  • Wat kun je doen/zeggen?
  • Hoe zou jij je voelen?
  • Heb je zoiets wel eens meegemaakt?

Vaak zal een antwoord van een ander kind weer aanleiding zijn voor een ander kind om iets te zeggen.
Er is uiteraard bij dit soort vragen geen fout antwoord mogelijk.