Deze kinderen zijn in toenemende mate in staat zich te verplaatsen in de gevoelens en de situatie van anderen en daarmee rekening te houden in het eigen gedrag (emotionele rolneming). Naast eenvoudige gevoelens als blij, boos, verdrietig en bang komen nu ook andere gevoelens en nuances van gevoelens binnen het bereik, bijvoorbeeld verlegen, onzeker, flink, stoer, tevreden, etc.
Tussendoelen
In deze leeftijdsgroep komt de zintuiglijke rolneming doorgaans voluit tot ontwikkeling.
Tussendoel
Ook leren deze kinderen zich steeds beter in te leven in de bedoelingen van de ander en hun eigen gedrag hierop af te stemmen bij het samen spelen, bij conflicten, bij het maken en nakomen van afspraken en regels (motivationele rolneming).
Dit is doorgaans nog wel beperkt tot situaties waarin bedoelingen zichtbaar worden geuit of eenvoudig uit de situatie zijn af te leiden.
Tussendoel
De ontwikkeling van de vaardigheid conceptuele rolneming komt in deze periode langzaam tot ontwikkeling. Kinderen leren zich steeds beter te verplaatsen in de gedachtegang van personen uit verhalen en kunnen die kennis ook gaandeweg toepassen in spelsituaties, bijvoorbeeld door schijnmanoeuvres uit te voeren om de ander te misleiden.
Tussendoelen