zoek zoeken:

Werken aan een positief sociaal emotioneel klimaat

Waarden en normen

  1. Waarom is aandacht voor waarden en normen belangrijk?
  2. Hoe kan ik de ontwikkeling van waarden en normen stimuleren?
  3. Welke ontwikkeling maken kinderen door en wat zijn zinvolle tussendoelen?
  4. Hoe kan ik in de les aandacht besteden aan waarden en normen?

1. Waarom is aandacht voor waarden en normen belangrijk?
Waarden 

en normen 

Normen
Normen zijn concrete regels en voorschriften voor ons handelen in bepaalde situaties. Ze vertalen waarden in concreet gedrag.

zijn belangrijk omdat ze richting geven aan ons bestaan: ze beïnvloeden ons doen en laten, ons zelfbeeld en zelfvertrouwen, onze relaties met anderen.
Vaak zijn we ons nauwelijks bewust, dat we waarden en normen hanteren. Laat staan dat we ons realiseren welke waarden en normen we hanteren. Om meer greep te krijgen op ons eigen gedrag en dat van anderen, is het belangrijk dat we ons realiseren welke waarden en normen erachter steken.
Voortdurend toetsen we ons eigen en andermans doen en laten aan waarden en normen. Welke waarden en normen dat zijn, hangt van veel factoren af, bijvoorbeeld: opvoeding, levensbeschouwing, levenservaring en levensomstandigheden.
Het is niet verwonderlijk dat normen en waarden waarmee kinderen worden geconfronteerd, nogal eens met elkaar in strijd zijn: wat thuis mag, mag niet altijd ook op school of omgekeerd. En wat moet je doen, als je tegelijkertijd eerlijk moet zijn en ook je vriendinnetje niet wil verraden? Kinderen komen daardoor soms in de knoei.
Kinderen met een andere culturele en etnische achtergrond gaan heel bewust om met waarden en normen, omdat zij dagelijks geconfronteerd worden met verschillende en soms conflicterende waarden. Dat ze een minderheid vormen in onze samenleving geeft hen in dat opzicht een voordeel.
Daarom is het belangrijk, dat we kinderen leren omgaan met waarden en normen. Zowel met waarden en normen die thuis gelden, als die op school gelden en die in de omgeving gelden en eventuele verschillen daartussen. Door kinderen te helpen waarden en normen te verhelderen, helpen we hen bewust te worden van hun eigen denken en handelen, met als achterliggend doel een groeiende zelfstandigheid, toenemend zelfvertrouwen en een zelfbewuste levenshouding.

2. Hoe kan ik de ontwikkeling van waarden en normen stimuleren?

Leg meer nadruk op het verhelderen en ontwikkelen van waarden en normen dan op overdracht
Twee factoren spelen hierbij een rol. Allereerst de visie op de opvoeding, bewust of onbewust. In de tweede plaats de leeftijd van de kinderen met daaraan gekoppeld de mate van zelfstandigheid.
Er zijn verschillende manieren om waarden en normen te stimuleren. We besteden hier aandacht aan: overdracht en verhelderen en ontwikkelen.
Bij overdracht worden de waarden en normen ingeprent, door kinderen bij bepaalde problemen te betrekken en hen mee te laten denken en hen uiteindelijk een wijze les te vertellen.
Het probleem bij waardenoverdracht is dat er verschillende groepen zijn, waarmee het kind in aanraking komt. Welke waarden en normen zijn dan juist?
Bij verhelderen en ontwikkelen gaat het erom dat kinderen zich bewust worden van hun handelen door erop te reflecteren.
Het onderwijs moet de aanwezige waarden en normen verhelderen.
Dat kunnen waarden en normen van het kind zelf zijn, maar ook de waarden en normen van een groep, de school of de samenleving. Centraal hierbij staan de persoonlijke opvattingen van de kinderen en het duidelijk maken dat er verschillen tussen menselijke opvattingen bestaan. Daarom is het belangrijk als leerkracht kennis te nemen van de waarden en normen die bij de kinderen aanwezig zijn. Het accent ligt op verbetering van zaken als:

  • verhelderen en toetsen van eigen en andermans waarden en de daaraan gekoppelde gevoelens
  • overdenken van alternatieven (voor- en nadelen, consequenties)
  • overeenstemming in woorden en daden
  • bewust kiezen
  • verantwoordelijkheid dragen voor de eigen keuze.

Maak bij het bespreken van waarden en normen gebruik van alledaagse situaties
Kinderen worden in toenemende mate geconfronteerd met verschillen in waarden en normen. Op school gelden soms andere regels dan thuis. Vooral bij kinderen met een andere culturele en etnische achtergrond kan dit voorkomen. Wees je als leerkracht daarom bewust van de verschillende waarden en normen die in de groep voorkomen.
Deze confrontatie met diverse, vaak conflicterende normen en waarden, is een belangrijk ervaringsmoment voor de ontwikkeling van eigen waarden en normen.
Benut daarom vooral de praktijk van alledag door de gewoonten en regels waarmee de kinderen zelf dagelijks worden geconfronteerd (bijvoorbeeld de klasseregels) te bespreken en te zien welke ideeën en gedachten er achter zitten.
Dagelijks doen zich in school situaties voor die aanleiding kunnen geven voor een gesprek over waarden en normen: een voorval op het speelplein, een kringgesprek over een bepaald onderwerp, de bespreking van de inhoud van een (prenten)boek. (Situatieschets: Speelkwartier) 

Verhelder waarden en normen die op school gelden
Wat is bijvoorbeeld het nut van bepaalde regels en welke ideeën zitten achter bepaalde gewoonten? Pas als kinderen de zin van een regel of gewoonte hebben ontdekt, kunnen zij die zich eigen maken.
Het komt voor dat kinderen de zin van een regel met geen mogelijkheid kunnen ontdekken. Dat is dan een goede gelegenheid om ze te laten ervaren dat je regels kunt aanpassen of zelfs afschaffen.
Naarmate kinderen ouder worden, kan hen geleerd worden ook inzicht te krijgen in de waarden en normen van anderen. Het blijkt dat als je met kinderen praat over zaken als schelden, vloeken, homoseksualiteit, buitenlanders, ze vaak klakkeloos de ideeën van ouders en vriendjes overnemen.
Kinderen confronteren met andere ideeën en opvattingen zet ze aan het denken over hun eigen mening. (Situatieschets: De wc) 

Ga na waarom kinderen zich veelvuldig niet aan gestelde regels houden
Als kinderen zich geregeld niet aan bepaalde regels houden, is het zinvol om de volgende zaken na te gaan:

  • Zijn de kinderen van het nut van de regel overtuigd, of is de regel misschien niet of nauwelijks zinvol?
  • Hebben de kinderen tijd genoeg gehad om zich de regel eigen te maken?
  • Zijn de kinderen voldoende aangemoedigd om zich aan de regel te houden?
  • Is de regel niet (nog) te hoog gegrepen?
  • Zijn er misschien teveel regels?
  • Overdaad schaadt en als de kat van huis is?
  • Is uw beleid consequent genoeg?
  • Is de materiële omgeving 'passend'?
  • Laat kinderen ook eens zelf regels voor de klas of school opstellen.

Een te klein of saai schoolplein bijvoorbeeld, heeft op sommige kinderen een agressieverhogende uitwerking. (Situatieschets: Voetbal in de regen) 

Geef indien mogelijk geen straf, maar laat een kind de gevolgen van zijn of haar gedrag ervaren
Straf heeft als nadeel dat het verband tussen straf en de 'misdaad' meestal niet logisch is. De aandacht van de kinderen richt zich vooral op de straf die hem of haar te wachten staat en op de persoon die hem of haar dit aandoet. De aanleiding is snel vergeten.
Het is vaak effectiever om in plaats van straf de 'methode van het logisch gevolg' 

te hanteren.
Consequent gebruik van de 'logisch gevolg'-methode veroorzaakt minder wrijving in de klas, wat een gunstige uitwerking heeft op de klassesfeer.
Tenslotte kan het zinvol zijn je zo nu en dan af te vragen of de reactie van volwassenen op het doen en laten van kinderen niet wat overtrokken is; wat zou er gebeuren als niet Jochem, maar z'n vader daar zat en kauwgum kauwde? Hoe zou ik reageren als niet Adriani maar m'n collega per ongeluk mijn koffiemok van het bureau zou stoten? (Situatieschets: Graffiti) 

Situatieschets Graffiti
Hussain en Stef hebben tegen de regels in de schoolmuur volgespoten met graffiti. Een logisch gevolg is dat ze hun schrijf- en tekenwerk te lijf gaan tot er niets meer van te zien is. Het logische gevolg wordt echter straf, als ze ook het werk van kinderen die niet betrapt zijn, moeten verwijderen.

Houd u zelf ook aan de regels
Het komt nogal eens voor dat kinderen zich stipt aan de regels moeten houden, terwijl volwassenen deze kennelijk naar believen met voeten mogen treden.
Dit werkt moraalondermijnend. Dit gedrag van volwassenen suggereert immers, dat de achterliggende bedoeling van de regel alleen voor kinderen geldt. Voor volwassenen heeft hij kennelijk geen waarde.
Dat snappen kinderen niet en meestal terecht. Waarom mag je nooit liegen, behalve tegen de treinconducteur als hij naar je leeftijd vraagt? ('Je zegt maar dat je elf bent, dan mag je nog op een Railrunner mee.') Waarom mag je in de klas niet schreeuwen als je boos bent, behalve als je juf of meester bent? Waarom mag de meester wel tegen mij zeggen: 'Jou wordt niets gevraagd', en ben ik onbeleefd als ik hetzelfde tegen hem zeg? (Situatieschets: Fietsen op het schoolplein) 

3. Welke ontwikkeling maken kinderen door en wat zijn zinvolle
tussendoelen 

?
Voor de diverse leeftijdsgroepen groep 1-2, groep 3-4, groep 5-6 en groep 7-8 geven we hier een korte schets van de ontwikkeling van kinderen: ontwikkeling/rijping, kritische momenten in de ontwikkeling, risico's.
Zowel de gesignaleerde kansen als de risico's zijn indicaties voor de wenselijkheid om de betreffende aspecten een plaats te geven in het onderwijsprogramma, bijvoorbeeld door ze op te nemen in een leerlijn 

Leerlijn
Een leerlijn is een reeks van samenhangende doelen voor de diverse leeftijdsgroepen.

.
De ontwikkelschetsen zijn in feite profielschetsen van het gemiddelde van een bepaalde leeftijdsgroep. In de praktijk vragen deze profielschetsen om nadere invulling en differentiatie, omdat kinderen nu eenmaal grote verschillen vertonen in: rijping, leeftijd en in milieu. Naarmate de kinderen ouder worden, zien we deze verschillen vaak toenemen.
Door de ontwikkeling van de kinderen op dit terrein goed te volgen, bijvoorbeeld met een leerlingvolgsysteem, krijgt u de specifieke informatie die de eigen situatie in beeld brengt.

4. Hoe kan ik in de les aandacht besteden aan waarden en normen?
In de lessuggesties wordt vaak een beroep gedaan op de luister- en spreekvaardigheid van kinderen. De lessuggesties hebben dan ook een directe en sterke relatie met taalontwikkeling en taalverwerving (Kijk op "Werken aan": Inleven in de ander, paragraaf 1).
Lessuggesties voor:

Bijlagen: