zoek zoeken:

Werken aan een positief sociaal emotioneel klimaat

Lessuggesties groep 3-4

Maak gebruik van opdrachten met daarin aandacht voor:
Wat vind je mooi/lelijk, fijn/vervelend, lekker/vies, gewoon/raar, goed/slecht? Hoe kun je te weten komen wat anderen vinden? Wat wil je wel of niet en waarom? Hoe kun je weten wat anderen willen? Welke regels ken je? Door wie zijn die regels bedacht en waarom? Worden regels wel eens veranderd of afgeschaft en waarom?

Wat zou jij doen?
Praat met kinderen over de volgende situatiebeschrijvingen:
De chocoladereep
Je beste vriend heeft een reep chocolade van het bureau van de juf gepakt. Je hebt het gezien, want je zit vlak bij het bureau. Na een poosje merkt de juf, dat haar reep weg is. Ze vraagt aan jou: 'Weet jij waar mijn reep gebleven is?' Wat zou je zeggen?
Pesten
Je bent een paar keer huilend thuis gekomen, omdat een paar kinderen je zo erg hadden geplaagd. 'De volgende keer, sla je er maar op', heeft je moeder tegen je gezegd. Maar dat mag nooit van de meester. Die zegt altijd: 'Als er iets is, kom je maar bij mij.' Maar als je dat doet, gaan die kinderen nog harder pesten. Nu pesten ze je weer. Wat zou je doen?
Het zakmes
Op straat lopen twee mannen met elkaar te praten. Een man haalt een zakdoek uit zijn zak. Tegelijkertijd valt zijn zakmes naar buiten op de grond. Hij heeft het niet gemerkt. Je ziet het zakmes en pakt het op. Het is heel mooi en je zou het best willen hebben. Als je opkijkt, is de man al bijna de hoek om. Wat doe je?
Stel na afloop vragen als:

  • Wat vind je goed of slecht?
  • Wat doe je wel en wat niet en waarom?
  • Hoe kun je te weten komen wat anderen vinden?
  • Wat wil je wel en wat niet en waarom?

Praatplaat
Een praatplaat is een vel papier waarop herkenbare situaties van het schoolplein of het spelen op straat staan afgebeeld, bijvoorbeeld: pestende kinderen, spelende kinderen, een kind dat 'bijzonder' gekleed is.
Laat de kinderen alleen of in tweetallen de plaat bekijken.
Stel na afloop vragen als:

  • Wat mag en wat mag niet en waarom?
  • Wat vind je aardig en wat niet en waarom?
  • Wat vind je gewoon (normaal) en wat vind je gek (abnormaal) en waarom?
  • Wat vind je leuk en wat niet en waarom?
  • Heb je zelf wel eens zoiets gezien of meegemaakt?
  • Welke regels gelden op school?
  • Wie heeft die regels bedacht?
  • Waarom zijn die regels nodig?
  • Kan het ook anders?

Schoolregels
Verdeel de kinderen over groepjes van drie of vier kinderen.
Laat elk groepje een regel bedenken, waar ze zich in en om de school aan moeten houden.
Laat elk groepje een eenvoudige tekening maken van de regel of laat ze de regel in enkele woorden opschrijven.
Bespreek de regels klassikaal. Stel vragen als:

  • Wat vind je van die regel?
  • Wat vinden de anderen van die regel?
  • Wie heeft de regel bedacht?
  • Waarom is de regel nodig?
  • Kan het ook anders?