zoek zoeken:

Werken aan een positief sociaal emotioneel klimaat

Lessuggesties groep 7-8

Maak gebruik van opdrachten waarin kinderen de volgende vragen beantwoorden:
Hoe kun je andere mensen leren kennen en begrijpen? Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen mensen uit verschillende etnische groepen? Hoe kun je daarmee rekening houden? Kun je voorbeelden geven van discriminatie? Hoe zou dat ontstaan kunnen zijn? Hoe komt het dat meisjes zich in bepaalde situaties anders gedragen dan jongens?

Krant
Met behulp van de krant zijn verschillende opdrachten te bedenken waarin de bovenstaande vragen worden beantwoord. Zoek artikelen over situaties die de kinderen zelf tegen kunnen komen op straat of op school. Stel bij het bespreken van de artikelen vragen als:

  • Welke verschillen zijn er tussen mensen uit verschillende etnische groepen?
  • Hoe kun je rekening houden met die verschillen?
  • Kun je zelf voorbeelden van discriminatie geven?
  • Hoe zou dat zijn ontstaan?

Collage
Laat de kinderen in groepjes aan een collage werken. In de collage komen foto's en berichten uit kranten of tijdschriften, die volgens de kinderen laten zien, wat bijvoorbeeld vriendschap is. Het onderwerp van de collage kan vooraf in klassikaal overleg worden bepaald. Mogelijke andere onderwerpen zijn ruzie, moed, liefde, mooi, laf, gemeen.
Stel bij het bespreken van de collage vragen als:

  • Waarom vind je iets wel of niet een teken van vriendschap?
  • Zijn er kinderen die iets geen vriendschap vinden, terwijl jij dat wel vindt?
  • Begrijp je waarom diegene dat geen vriendschap vindt?

Variant
Twee of drie kinderen selecteren een week lang het belangrijkste nieuws uit de krant omtrent een vooraf vastgesteld thema, bijvoorbeeld: onbegrip, discriminatie, verschil man-vrouw.
De uitgeknipte artikelen en foto's worden, voorzien van commentaar, op het prikbord geprikt.
Aan het eind van de week stellen deze kinderen een nieuws top 10 samen. De kinderen moeten dan aan de rest van de groep aangeven waarom zij het ene bericht belangrijker vinden dan het andere.
De klas krijgt vervolgens de gelegenheid vragen te stellen en opmerkingen te maken.

Naomi en Hassan
Schrijf een verhaal waarin Naomi en Hassan samen iets gaan doen, bijvoorbeeld samen schaatsen op de ijsbaan. Neem in het verhaal een aantal activiteiten op waarbij het niet duidelijk is wie het doet Naomi of Hassan. Laat hierbij een witruimte in het verhaal. De kinderen moeten dan in het verhaal schrijven wie het doet of zegt.
Bijvoorbeeld:
De fiets van Hassan is stuk, dus gaan ze op de fiets van Naomi. 'Ga jij maar achterop' zegt …, 'dan ga ik fietsen.'
Na een kwartier zijn ze er eindelijk. Eerst moeten ze entree betalen. 'Ik betaal wel', zegt … 'Hou jij de kaartjes bij je?' zegt …
Stel in het nagesprek vragen als:

  • Zijn er verschillen tussen jongens en meisjes?
  • Hoe komt het dat meisjes zich in bepaalde situaties anders gedragen dan jongens?