zoek zoeken:

Werken aan een positief sociaal emotioneel klimaat

Conflictsituaties oplossen

  1. Waarom is leren omgaan met conflicten belangrijk?
  2. Hoe kan ik het leren omgaan met conflicten bevorderen?
  3. Welke ontwikkeling maken kinderen door en wat zijn zinvolle tussendoelen?
  4. Hoe kan ik in de les aandacht besteden aan het omgaan met conflicten?

1. Waarom is leren omgaan met conflicten belangrijk?
Conflicten zijn soms onvermijdelijk. We kunnen niet altijd 'ruiken' wat de ander wil of prettig vindt. Ook hoeven we onze eigen behoeften niet altijd ondergeschikt te maken aan die van een ander.
Veel mensen krijgen bij het woord 'conflict' negatieve gedachten. Dat komt vooral door de nare gevolgen van veel conflicten: ruzie, agressie en dergelijke. Toch is het hebben van een conflict op zich niet negatief. Conflicten kunnen zelfs positief opgevat worden, omdat ze duidelijkheid scheppen: beide partijen weten dat er (op het eerste gezicht) onverenigbare wensen zijn. De problemen ontstaan pas als een conflict, ten koste van één van de partijen wordt opgelost of niet uit de wereld wordt geholpen.
In school zijn grote en kleine conflicten aan de orde van de dag. In een kleine ruimte samenleven met veel mensen, leer je niet zomaar. Ruzies kunnen de sfeer in de klas verpesten, maar het is niet aan te raden om ze uit de weg te gaan. Later komen kinderen ongetwijfeld in aanraking met conflicten. In plaats van deze conflicten af te doen als lastig, kunnen we ze onder het motto 'al doende leert men' ook aangrijpen als oefenmomenten voor het leren omgaan met conflicten. Dit geldt zowel voor conflicten tussen kinderen als voor conflicten tussen volwassenen en kinderen.

2. Hoe kan ik het leren omgaan met conflicten bevorderen?
Omgaan met conflicten hangt sterk samen met de waarden en normen die kinderen van huis uit meekrijgen (zie: Aandachtspunten bij het aanleren van sociale vaardigheden in allochtone groepen)

Grijp alleen in als u merkt dat kinderen niet zelf in staat zijn om naar behoren een conflict op te lossen
Onderschat de eigen vaardigheid van kinderen bij het bedenken van oplossingen niet. Neem een afwachtende houding aan en grijp pas in als een conflict dreigt te ontaarden in agressief gedrag. Of als u merkt dat een conflict wordt 'opgelost' ten koste van de zwakste partij. (Situatieschets Slingers in kerstboom) 

Situatieschets Slingers in kerstboom
Bij het maken van slingers voor de kerstboom in groep 4 is de hele klas actief. De kinderen werken in groepjes van drie. Dan stelt Marlies voor: 'Zullen we alle slingers aan elkaar plakken? Dan krijgen we een heel lange slinger.' Instemming alom. Enthousiast worden alle stukken bij elkaar gevoegd. Opeens zegt dezelfde Marlies: 'Ik wil mijn slinger terug.' Iedereen is verbaasd. Marlies heeft wel meer van dat soort nukken, maar deze keer was zij nota bene zelf de initiatiefneemster. Wat de andere kinderen ook tegen haar zeggen, ze is niet te vermurwen. Marlies pakt haar stuk van de slinger beet en wil dat er tussenuit scheuren. Agnes en Karim zijn duidelijk ontdaan en maken heftige gebaren, terwijl ze op Marlies inpraten: 'Je maakt zo de hele slinger kapot! Niet doen stommerd!' Maar Marlies maakt aan de discussie abrupt een eind door plotseling haar stuk uit de slinger te trekken. Agnes: 'Wat flauw van je! Als je maar niet denkt dat je er straks nog weer bij mag.' Marlies loopt naar haar plaats met een gezicht van 'kan mij wat schelen.'
Iedereen gaat weer verder. Ook Marlies. De slinger groeit gestaag. De kinderen worden steeds enthousiaster. Marlies gaat stilletjes haar gang. Na een poosje loopt ze met haar slinger naar de kinderen die alle stukken aan elkaar plakken. Ze zegt niets, maar blijft maar om het groepje heen draaien. Agnes kijkt een paar keer op. Dan vraagt ze royaal: 'Moet jouw slinger er ook bij?' Marlies knikt opgelucht. Even aan Karim en Hanneke vragen', zegt Agnes. Die maken geen bezwaren. Even later is de slinger klaar. Iedereen is apetrots en steekt dat niet onder stoelen of banken. Alleen Marlies houdt zich nog een beetje op de vlakte.

Help kinderen een stapje vooruit bij het zelfstandig leren oplossen van conflicten.
Een halve oplossing
Bied een halve oplossing. Help de kinderen op weg, maar laat ze er zelf ook nog wat mee doen. (Situatieschets: Een halve oplossing) 


Deze benadering is geschikt bij jonge kinderen en in conflictsituaties waarvan de achterliggende oorzaken bekend zijn. Is dat laatste niet het geval, dan is de kans groot dat één van de partijen (maar vaak beide) zich tekort gedaan voelt.

Bemiddelen
Bied geen (halve) oplossing, maar probeer te bemiddelen. (Situatieschets: Tekening) 

Situatieschets Tekening
Ik zie dat jullie allebei een mooie tekening aan het maken zijn. Jammer genoeg hebben jullie maar één mapje met viltstiften. Dat is lastig. Vooral als je allebei tegelijk die blauwe stift nodig hebt. Hoe denken jullie dat probleem op te lossen?

Doel is weer de kinderen op weg te helpen hun conflict zelf op te lossen. Dit vraagt om een neutrale rol, die vooral bestaat uit het verhelderen van de omstandigheden die aan het conflict vooraf gingen of uit het beschrijven van de probleemsituatie zelf. Door deze zakelijke benadering kunnen de kinderen even 'afkoelen' en komen ze meestal uit zichzelf met oplossingen aan. 

Lijfelijke nabijheid
Bied geen oplossing en probeer niet te bemiddelen, maar probeer door in de buurt te blijven de kinderen aan te zetten tot het zoeken van een oplossing (sociale druk). (Situatieschets: Schommelen) 

Klok terugdraaien
Veel conflicten zijn het gevolg van misverstanden of van ongelukkige manoeuvres in het sociale verkeer. We kunnen dit soort conflicten vaak oplossen door terug te gaan in de tijd en nog een keer opnieuw te beginnen. (Situatieschets: Verkeerd been) 


Deze benadering lijkt alleen geschikt voor wat oudere kinderen die het spel doorhebben.

Zoek in geval van een ernstig of steeds terugkerend conflict samen met de betrokken partijen naar een voor ieder aanvaardbare oplossing
Sommige conflicten draaien uit op een machtsstrijd, met als resultaat een winnaar en een verliezer. Soms worden hier ook de vuisten bij gebruikt. De verliezer blijft dan vaak met wraakgevoelens zitten en de sfeer is meestal danig verziekt. Reik op dat moment gedragsalternatieven aan, maar dwing ze niet af. Bijvoorbeeld problemen bespreekbaar maken. Dat lost het probleem vaker op dan dat er geweld gebruikt wordt. Een hulpmiddel hierbij is het kiezen van een methode die geen verliezers kent.
Volg daarbij de onderstaande procedure: (Situatieschets: Gym) 

Situatieschets Gym
Het komt nogal eens voor dat mijn groep 6 in een nare, ruzieachtige stemming van gymles terug komt. Ook nu was dat het geval. Het had zelfs een vervolg in de vorm van een pestpartij, waarbij Martin na twaalven het slachtoffer werd.
Ik heb het conflict besproken als probleem van mij. Ik vond het niet prettig als de sfeer ruzieachtig en onsportief was en ergerde me als er dan ook nog gepest werd na twaalven. Mijn voorstel was om samen een oplossing te zoeken.
Daarbij bleek al gauw dat het ook een probleem van de klas was. De kinderen waren ook gemotiveerd om een oplossing te zoeken.
Allereerst bleek in het gesprek dat het één het gevolg was van het ander. Martin had niet opgelet bij slagbal, waardoor de lopers tegen hem opliepen. Er ontstond een valpartij en Martin werd ten onrechte beschuldigd van pootjeslichten. Verder was er groot ongenoegen over het feit dat de partijen niet tegen elkaar opgewassen waren. De kinderen waren het niet eens met de manier van kiezen. Tenslotte konden sommigen slecht tegen hun verlies en werden kwaad als ze 'uit' waren.
Na deze analyse van de oorzaken zijn we overgegaan tot het zoeken van oplossingen. Iedereen wilde dat ook wel. Naast simplistische oplossingen als 'geen ruzie maken' kwamen er ook bruikbare suggesties los, zoals:
- als je aan het pesten bent, moet je eens denken hoe het is als ze jou zouden pesten;
- Martin gaf aan dat hij beter op zou letten bij het spel;
- je moet niet zo snel boos zijn als iemand iets verkeerd doet, want Ze doen het dikwijls niet met opzet;
- probeer eerst te praten voor je ruzie zoekt;

Daarna hebben we gepraat over mogelijkheden bij het partijkiezen: aftellen, om de beurt kiezen, jongens-meisjes, ik maak partijen, poten. Om de beurt kiezen bleek uiteindelijk de meest eerlijke en efficiënte methode. Ik heb toen gewezen op het gevaar van vriendjespolitiek en het vervelende van het achterblijven van de slechtsten.
Tenslotte hebben we de volgende afspraken gemaakt:
- de kinderen zouden goed opletten bij het spel;
- ze zouden proberen niet te snel boos te zijn bij tegenslagen;
- er zou gekozen worden bij de partijvorming. De kinderen zouden dan proberen te letten op de slagbalvaardigheden, niet op 'vriendje/niet-vriendje' en ik zou de laatste acht zelf verdelen.

  • Omschrijf het probleem of laat het omschrijven.
  • Nodig iedereen uit om oplossingen te bedenken. Deze worden zonder commentaar op het bord geschreven.
  • Bespreek de voor- en nadelen van elke suggestie.
  • Alle oplossingen die voor een van de partijen onaanvaardbaar blijven, vallen af.
  • Kies gezamenlijk voor een oplossing die voor iedereen aanvaardbaar is.

Dat hoeft niet te betekenen dat iedereen volmaakt gelukkig is met de gekozen oplossing.
Deze methode lijkt minder geschikt voor de jongste kinderen. Door de tijd die de hele procedure vraagt, is de methode vooral aan te bevelen bij ernstige of steeds terugkerende conflicten. Met name is deze methode uiterst bruikbaar bij conflicten tussen een leerkracht en één of meer kinderen.

Voorkom dat conflicten escaleren
Zorg voor een goed sociaal emotioneel klimaat. Kijk op "Werken aan": Algemeen, paragraaf 6. Als er een goede relatie bestaat tussen de leerkracht en de kinderen en tussen de kinderen onderling, zullen kinderen eerder hun conflicten in de klas bespreekbaar maken dan wanneer er een 'onveilig' sociaal emotioneel klimaat in de klas is.
Trek aan het eind van de middag eventueel tijd uit voor reflectie op de dag: wat waren de positieve en negatieve gebeurtenissen. Zo kun je tijdig conflicten op het spoor komen als het klimaat goed is en de 'bedreiging' niet te zwaar.

Probeer conflicten die al geëscaleerd zijn binnen of zelfs buiten de school (deelname ouders en dergelijke) zo snel mogelijk te bevriezen door alle betrokkenen een time-out te laten nemen
Conflicten die al in een geweldspiraal terecht zijn gekomen (grof verbaal geweld, spugen, slaan, schoppen of erger) zijn in de hitte van de strijd niet op te lossen. De emoties zijn daarvoor te hoog opgelopen. Een afkoelingsperiode (time-out) is hier nodig om tijd te nemen voor reflectie en overleg, maar ook regels of afspraken die het conflict tijdelijk bevriezen om verdere escalatie te voorkomen. 
Enkele voorbeelden van dergelijke regels of afspraken zijn:

  • tot die tijd geen contact/afstand bewaren;
  • geen verdere actie;
  • nog eens nadenken over de eigen rol bij het ontstaan en verloop van het conflict en alvast nadenken over mogelijke oplossingen;
  • afspraken voor gesprek(ken).

(Situatieschets: Pokémon) 



Moedig kwetsbare kinderen aan voor zichzelf op te komen
Kijk op "Werken aan": Zelfvertrouwen en weerbaarheid, paragraaf 2.

3. Welke ontwikkeling maken kinderen door en wat zijn zinvolle
tussendoelen 

?
Voor de diverse leeftijdsgroepen groep 1-2,  groep 3-4,  groep 5-6 en groep 7-8 geven we hier een korte schets van de ontwikkeling van kinderen: ontwikkeling/rijping, kritische momenten in de ontwikkeling, risico's.
Zowel de gesignaleerde kansen als de risico's zijn indicaties voor de wenselijkheid om de betreffende aspecten een plaats te geven in het onderwijsprogramma, bijvoorbeeld door ze op te nemen in een leerlijn. 

Leerlijn
Een leerlijn is een reeks van samenhangende doelen voor de diverse leeftijdsgroepen.


De ontwikkelschetsen zijn in feite profielschetsen van het gemiddelde van een bepaalde leeftijdsgroep. In de praktijk vragen deze profielschetsen om nadere invulling en differentiatie, omdat kinderen nu eenmaal grote verschillen vertonen: rijping, leeftijd, milieu. Naarmate de kinderen ouder worden, zien we deze verschillen vaak toenemen.
Door de ontwikkeling van de kinderen op dit terrein goed te volgen, bijvoorbeeld met een leerlingvolgsysteem, krijgt u de specifieke informatie die de eigen situatie in beeld brengt.

4. Hoe kan ik in de les aandacht besteden aan het omgaan met conflicten?
In de lessuggesties wordt vaak een beroep gedaan op de luister- en spreekvaardigheid van kinderen. De lessuggesties hebben dan ook een directe en sterke relatie met taalontwikkeling en taalverwerving. Kijk op "Werken aan": Inleven in de ander, paragraaf 1.

Lessuggesties voor:

Bijlagen: