1. Waarom is leren omgaan met conflicten belangrijk?
Conflicten zijn soms onvermijdelijk. We kunnen niet altijd 'ruiken' wat de ander wil of prettig vindt. Ook hoeven we onze eigen behoeften niet altijd ondergeschikt te maken aan die van een ander.
Veel mensen krijgen bij het woord 'conflict' negatieve gedachten. Dat komt vooral door de nare gevolgen van veel conflicten: ruzie, agressie en dergelijke. Toch is het hebben van een conflict op zich niet negatief. Conflicten kunnen zelfs positief opgevat worden, omdat ze duidelijkheid scheppen: beide partijen weten dat er (op het eerste gezicht) onverenigbare wensen zijn. De problemen ontstaan pas als een conflict, ten koste van één van de partijen wordt opgelost of niet uit de wereld wordt geholpen.
In school zijn grote en kleine conflicten aan de orde van de dag. In een kleine ruimte samenleven met veel mensen, leer je niet zomaar. Ruzies kunnen de sfeer in de klas verpesten, maar het is niet aan te raden om ze uit de weg te gaan. Later komen kinderen ongetwijfeld in aanraking met conflicten. In plaats van deze conflicten af te doen als lastig, kunnen we ze onder het motto 'al doende leert men' ook aangrijpen als oefenmomenten voor het leren omgaan met conflicten. Dit geldt zowel voor conflicten tussen kinderen als voor conflicten tussen volwassenen en kinderen.
2. Hoe kan ik het leren omgaan met conflicten bevorderen?
Omgaan met conflicten hangt sterk samen met de waarden en normen die kinderen van huis uit meekrijgen (zie: Aandachtspunten bij het aanleren van sociale vaardigheden in allochtone groepen)
Grijp alleen in als u merkt dat kinderen niet zelf in staat zijn om naar behoren een conflict op te lossen Situatieschets Slingers in kerstboom
Onderschat de eigen vaardigheid van kinderen bij het bedenken van oplossingen niet. Neem een afwachtende houding aan en grijp pas in als een conflict dreigt te ontaarden in agressief gedrag. Of als u merkt dat een conflict wordt 'opgelost' ten koste van de zwakste partij. (Situatieschets Slingers in kerstboom) 
Bij het maken van slingers voor de kerstboom in groep 4 is de hele klas actief. De kinderen werken in groepjes van drie. Dan stelt Marlies voor: 'Zullen we alle slingers aan elkaar plakken? Dan krijgen we een heel lange slinger.' Instemming alom. Enthousiast worden alle stukken bij elkaar gevoegd. Opeens zegt dezelfde Marlies: 'Ik wil mijn slinger terug.' Iedereen is verbaasd. Marlies heeft wel meer van dat soort nukken, maar deze keer was zij nota bene zelf de initiatiefneemster. Wat de andere kinderen ook tegen haar zeggen, ze is niet te vermurwen. Marlies pakt haar stuk van de slinger beet en wil dat er tussenuit scheuren. Agnes en Karim zijn duidelijk ontdaan en maken heftige gebaren, terwijl ze op Marlies inpraten: 'Je maakt zo de hele slinger kapot! Niet doen stommerd!' Maar Marlies maakt aan de discussie abrupt een eind door plotseling haar stuk uit de slinger te trekken. Agnes: 'Wat flauw van je! Als je maar niet denkt dat je er straks nog weer bij mag.' Marlies loopt naar haar plaats met een gezicht van 'kan mij wat schelen.'
Iedereen gaat weer verder. Ook Marlies. De slinger groeit gestaag. De kinderen worden steeds enthousiaster. Marlies gaat stilletjes haar gang. Na een poosje loopt ze met haar slinger naar de kinderen die alle stukken aan elkaar plakken. Ze zegt niets, maar blijft maar om het groepje heen draaien. Agnes kijkt een paar keer op. Dan vraagt ze royaal: 'Moet jouw slinger er ook bij?' Marlies knikt opgelucht. Even aan Karim en Hanneke vragen', zegt Agnes. Die maken geen bezwaren. Even later is de slinger klaar. Iedereen is apetrots en steekt dat niet onder stoelen of banken. Alleen Marlies houdt zich nog een beetje op de vlakte.
Help kinderen een stapje vooruit bij het zelfstandig leren oplossen van conflicten. Situatieschets Een halve oplossing Situatieschets Tekening
Een halve oplossing
Bied een halve oplossing. Help de kinderen op weg, maar laat ze er zelf ook nog wat mee doen. (Situatieschets: Een halve oplossing) 
Het is speelkwartier. Twee meisjes rennen naar de schommels. Beiden willen op de enige schommel die nog vrij is. Ik zie dat Fieke sneller is dan Yasmine. Fieke gaat op de schommel zitten en Yasmine loopt weg. Ik zeg tegen Fieke: 'Petra en Janina schommelen samen. Zouden jij en Yasmine dat ook niet kunnen doen?' Fieke ziet dat Petra en Janina elkaar duwen als ze aan het schommelen zijn. Zo kan het dus ook. Vervolgens bedenken Fieke en Yasmine zelf een spelregel: terwijl de één schommelt, rent de ander vier keer om de zandbak heen en dan wordt er geruild.
Deze benadering is geschikt bij jonge kinderen en in conflictsituaties waarvan de achterliggende oorzaken bekend zijn. Is dat laatste niet het geval, dan is de kans groot dat één van de partijen (maar vaak beide) zich tekort gedaan voelt.
Bemiddelen
Bied geen (halve) oplossing, maar probeer te bemiddelen. (Situatieschets: Tekening) 
Ik zie dat jullie allebei een mooie tekening aan het maken zijn. Jammer genoeg hebben jullie maar één mapje met viltstiften. Dat is lastig. Vooral als je allebei tegelijk die blauwe stift nodig hebt. Hoe denken jullie dat probleem op te lossen?
Lijfelijke nabijheid Situatieschets Schommelen
Bied geen oplossing en probeer niet te bemiddelen, maar probeer door in de buurt te blijven de kinderen aan te zetten tot het zoeken van een oplossing (sociale druk). (Situatieschets: Schommelen) 
Op het plein zijn twee schommels die voortdurend bezet zijn. Maikel staat al een tijdje te wachten en vraagt: 'Mag ik nu?' Younes zegt niets. Maikel wacht weer en zegt nogmaals: 'Nou ik, hè Younes?'
Younes stopt en stelt voor: 'Even aftellen.'
Hij telt zó af dat hij op de schommel kan blijven. Dit herhaalt zich nog een keer.
Ik ga nu wat dichterbij staan, kijk de jongens vriendelijk aan en doe of ik het gebeuren niet heb gevolgd.
Maikel vraagt weer: 'Nou ik Younes?'
'Nee hoor, nog even wachten tot ik ja zeg', antwoordt Younes.
Ik zeg: 'Wat aardig van jou Younes, dat Maikel ook mag schommelen.' Younes gaat nu naar de andere schommel waar Bert op zit. Even later roept Bert 'ja' en laat Younes op de schommel. Zo gaan de drie jongens door tot we op moeten ruimen.
Klok terugdraaien Situatieschets Verkeerd been
Veel conflicten zijn het gevolg van misverstanden of van ongelukkige manoeuvres in het sociale verkeer. We kunnen dit soort conflicten vaak oplossen door terug te gaan in de tijd en nog een keer opnieuw te beginnen. (Situatieschets: Verkeerd been) 
Stel: je komt 's morgens de klas binnen, enigszins gehaast, want je hebt je verslapen. Bovendien voel je je niet optimaal. Plotseling valt je oog op twee kinderen die kennelijk hun tikspel binnen voortzetten. Voor je het weet, schiet je flink uit je slof. De klas verbouwereerd, beide `slachtoffers' verongelijkt en jij geneert je een beetje. Wat nu?
Natuurlijk had je gelijk: volgens afspraak horen pleinspelletjes niet in de klas thuis. Maar die uitval was ook niet erg gelukkig. Je kunt de situatie laten voor wat hij is. Maar dat zou niet eerlijk zijn, niet voor de kinderen en niet voor jezelf. Bovendien: de sfeer is aardig verziekt.
Daarom zeg je: `Wat jullie deden was niet in de haak. Maar zoals ik reageerde klopte ook niet. Laten we de klok terugdraaien en opnieuw beginnen. Laten we doen alsof ik net de klas binnenkwam.'
Vervolgens loop je de gang in. Even later kom je de klas weer binnen. De twee kinderen spelen weer tikkertje en je probeert daar nu adequater op te reageren.
Deze benadering lijkt alleen geschikt voor wat oudere kinderen die het spel doorhebben.
Zoek in geval van een ernstig of steeds terugkerend conflict samen met de betrokken partijen naar een voor ieder aanvaardbare oplossing Situatieschets Gym Daarna hebben we gepraat over mogelijkheden bij het partijkiezen: aftellen, om de beurt kiezen, jongens-meisjes, ik maak partijen, poten. Om de beurt kiezen bleek uiteindelijk de meest eerlijke en efficiënte methode. Ik heb toen gewezen op het gevaar van vriendjespolitiek en het vervelende van het achterblijven van de slechtsten.
Sommige conflicten draaien uit op een machtsstrijd, met als resultaat een winnaar en een verliezer. Soms worden hier ook de vuisten bij gebruikt. De verliezer blijft dan vaak met wraakgevoelens zitten en de sfeer is meestal danig verziekt. Reik op dat moment gedragsalternatieven aan, maar dwing ze niet af. Bijvoorbeeld problemen bespreekbaar maken. Dat lost het probleem vaker op dan dat er geweld gebruikt wordt. Een hulpmiddel hierbij is het kiezen van een methode die geen verliezers kent.
Volg daarbij de onderstaande procedure: (Situatieschets: Gym) 
Het komt nogal eens voor dat mijn groep 6 in een nare, ruzieachtige stemming van gymles terug komt. Ook nu was dat het geval. Het had zelfs een vervolg in de vorm van een pestpartij, waarbij Martin na twaalven het slachtoffer werd.
Ik heb het conflict besproken als probleem van mij. Ik vond het niet prettig als de sfeer ruzieachtig en onsportief was en ergerde me als er dan ook nog gepest werd na twaalven. Mijn voorstel was om samen een oplossing te zoeken.
Daarbij bleek al gauw dat het ook een probleem van de klas was. De kinderen waren ook gemotiveerd om een oplossing te zoeken.
Allereerst bleek in het gesprek dat het één het gevolg was van het ander. Martin had niet opgelet bij slagbal, waardoor de lopers tegen hem opliepen. Er ontstond een valpartij en Martin werd ten onrechte beschuldigd van pootjeslichten. Verder was er groot ongenoegen over het feit dat de partijen niet tegen elkaar opgewassen waren. De kinderen waren het niet eens met de manier van kiezen. Tenslotte konden sommigen slecht tegen hun verlies en werden kwaad als ze 'uit' waren.
Na deze analyse van de oorzaken zijn we overgegaan tot het zoeken van oplossingen. Iedereen wilde dat ook wel. Naast simplistische oplossingen als 'geen ruzie maken' kwamen er ook bruikbare suggesties los, zoals:
- als je aan het pesten bent, moet je eens denken hoe het is als ze jou zouden pesten;
- Martin gaf aan dat hij beter op zou letten bij het spel;
- je moet niet zo snel boos zijn als iemand iets verkeerd doet, want Ze doen het dikwijls niet met opzet;
- probeer eerst te praten voor je ruzie zoekt;
Tenslotte hebben we de volgende afspraken gemaakt:
- de kinderen zouden goed opletten bij het spel;
- ze zouden proberen niet te snel boos te zijn bij tegenslagen;
- er zou gekozen worden bij de partijvorming. De kinderen zouden dan proberen te letten op de slagbalvaardigheden, niet op 'vriendje/niet-vriendje' en ik zou de laatste acht zelf verdelen.
Dat hoeft niet te betekenen dat iedereen volmaakt gelukkig is met de gekozen oplossing.
Deze methode lijkt minder geschikt voor de jongste kinderen. Door de tijd die de hele procedure vraagt, is de methode vooral aan te bevelen bij ernstige of steeds terugkerende conflicten. Met name is deze methode uiterst bruikbaar bij conflicten tussen een leerkracht en één of meer kinderen.
Voorkom dat conflicten escaleren
Zorg voor een goed sociaal emotioneel klimaat. Kijk op "Werken aan": Algemeen, paragraaf 6. Als er een goede relatie bestaat tussen de leerkracht en de kinderen en tussen de kinderen onderling, zullen kinderen eerder hun conflicten in de klas bespreekbaar maken dan wanneer er een 'onveilig' sociaal emotioneel klimaat in de klas is.
Trek aan het eind van de middag eventueel tijd uit voor reflectie op de dag: wat waren de positieve en negatieve gebeurtenissen. Zo kun je tijdig conflicten op het spoor komen als het klimaat goed is en de 'bedreiging' niet te zwaar.
Probeer conflicten die al geëscaleerd zijn binnen of zelfs buiten de school (deelname ouders en dergelijke) zo snel mogelijk te bevriezen door alle betrokkenen een time-out te laten nemen
Conflicten die al in een geweldspiraal terecht zijn gekomen (grof verbaal geweld, spugen, slaan, schoppen of erger) zijn in de hitte van de strijd niet op te lossen. De emoties zijn daarvoor te hoog opgelopen. Een afkoelingsperiode (time-out) is hier nodig om tijd te nemen voor reflectie en overleg, maar ook regels of afspraken die het conflict tijdelijk bevriezen om verdere escalatie te voorkomen.
Enkele voorbeelden van dergelijke regels of afspraken zijn:
(Situatieschets: Pokémon) Situatieschets Pokémon
In het speelkwartier speelt een groepje kinderen met hun Pokémon-kaarten. Nick wint op een handige manier een paar dure kaarten van Job. Job vindt dat niet leuk. Als zijn vader hem 's middags van school haalt, vertelt Job het verhaal. Job's vader wordt ontzettend boos. 'Die kaarten kosten een klap geld en dan zal hij ze zeker zo even overnemen. Daar komt niks van in' zegt Jobs vader. Hij vraagt aan Job welk kind Nick is. 'Die daar' huilt Job. Job's vader loopt op Nick af en grijpt hem in zijn kraag. 'Wil jij wel eens heel snel die kaarten teruggeven', zegt Job's vader. 'Maar ik heb ze eerlijk gewonnen!' schreeuwt Nick. 'Niks ervan, het is ook altijd hetzelfde met jullie…. Stelletje criminelen! En nu die kaarten terug.' Hij pakt het stapeltje kaarten uit de handen van Nick en vraagt aan Job welke kaarten van Job waren. Die haalt hij eruit en geeft ze terug aan Job. 'Hier heb je de rest terug en je blijft in het vervolg van de kaarten van Job af', zegt de vader van Job. Nick blijft beteuterd achter.
's Avonds belt de vader van Nick de vader van Job. 'Dit kun je niet maken', zegt de vader van Nick. 'Je moet met je vingers van mijn zoon afblijven, anders zal ik jouw zoon ook eens even aanpakken. Wie denk je wel dat je bent mijn zoon een crimineel te noemen. Als je dit nog een keer waagt, dan zal ik …'
Moedig kwetsbare kinderen aan voor zichzelf op te komen
Kijk op "Werken aan": Zelfvertrouwen en weerbaarheid, paragraaf 2.
3. Welke ontwikkeling maken kinderen door en wat zijn zinvolle Tussendoelen Leerlijn
tussendoelen 
Tussendoelen zijn onderwijsdoelen voor een bepaalde leeftijdsgroep, die samen met de tussendoelen voor de andere leeftijdsgroepen een samenhangende leerlijn vormen.
Voor de diverse leeftijdsgroepen groep 1-2, groep 3-4, groep 5-6 en groep 7-8 geven we hier een korte schets van de ontwikkeling van kinderen: ontwikkeling/rijping, kritische momenten in de ontwikkeling, risico's.
Zowel de gesignaleerde kansen als de risico's zijn indicaties voor de wenselijkheid om de betreffende aspecten een plaats te geven in het onderwijsprogramma, bijvoorbeeld door ze op te nemen in een leerlijn. 
Een leerlijn is een reeks van samenhangende doelen voor de diverse leeftijdsgroepen.
De ontwikkelschetsen zijn in feite profielschetsen van het gemiddelde van een bepaalde leeftijdsgroep. In de praktijk vragen deze profielschetsen om nadere invulling en differentiatie, omdat kinderen nu eenmaal grote verschillen vertonen: rijping, leeftijd, milieu. Naarmate de kinderen ouder worden, zien we deze verschillen vaak toenemen.
Door de ontwikkeling van de kinderen op dit terrein goed te volgen, bijvoorbeeld met een leerlingvolgsysteem, krijgt u de specifieke informatie die de eigen situatie in beeld brengt.
4. Hoe kan ik in de les aandacht besteden aan het omgaan met conflicten?
In de lessuggesties wordt vaak een beroep gedaan op de luister- en spreekvaardigheid van kinderen. De lessuggesties hebben dan ook een directe en sterke relatie met taalontwikkeling en taalverwerving. Kijk op "Werken aan": Inleven in de ander, paragraaf 1.
Lessuggesties voor: