Maak gebruik van opdrachten waarin de kinderen de volgende vragen beantwoorden:
Heb je wel eens ruzie? Waarom? Waar gaan ruzies over? Hoe kun je zo'n ruzie oplossen? Is ruzie ook wel eens ergens goed voor? Kun je ruzie voorkomen? Hoe?
Speel eenvoudige conflictsituaties met de kinderen na en laat ze al improviserend proberen het conflict op te lossen. Gebruik hiervoor recente conflictsituaties of situatieschetsen die allemaal uitmonden in een conflict.
Variant
Gebruik conflictsituaties die kinderen zelf aandragen. Laat ze deze bijvoorbeeld eerst in stripvorm tekenen of laat ze beschrijven.
Stel na afloop vragen als:
Situatieschetsen: Groep 3-4
Pootje lichten
Samarja zit te rekenen. Ze heeft één been niet onder haar tafel. Lex loopt langs haar heen, struikelt over haar been en valt. Hij wordt erg boos.
Viltstiften
Jamal heeft voor zijn verjaardag een set viltstiften gekregen. Hij is er erg zuinig op. Joosie vraagt of zij de viltstiften van Jamal even mag lenen. Dat vindt Jamal niet goed, omdat hij bang is dat Joosie er veel te slordig mee omgaat.
Als Jamal zich even omdraait, pakt Joosie vlug de stiften. Jamal ziet dat en wil de stiften terug hebben. Maar Joosie zegt: 'Straks'.
Knikkers
Sharon en Miryiam zijn aan het knikkeren. Sharon stoot met haar voet tegen een knikker aan. 'Nu ben ik aan de beurt' zegt Miryiam. Sharon zegt dat ze per ongeluk de knikker aanraakte. Daarom is zij aan de beurt. Maar Miryiam houdt vol dat zij aan de beurt is.
Touwtje springen
Een paar kinderen zijn aan het touwtje springen. Een paar andere kinderen spelen tikkertje. Ze lopen telkens door het touw heen.