1. Waarom zijn relaties en seksualiteit belangrijk?
Kinderen komen dagelijks, via de media, ervaringen thuis of op straat in aanraking met positieve en negatieve aspecten van relaties en seksualiteit. Logisch dat ze daar op school over vertellen en vragen over stellen. Tenminste, als daar ruimte voor is en hun ervaringen en vragen niet gesmoord worden in een ongemakkelijke taboesfeer, bijvoorbeeld als het indruist tegen de waarden en normen die kinderen van huis uit meekrijgen.
Daarnaast vraagt ook de ontwikkeling van de eigen seksualiteit van kinderen aandacht. Een goede begeleiding en stimulering kan voorkomen dat kinderen moeite krijgen met de eigen seksualiteitsbeleving, met hun zelfbeeld, met hun vermogen intieme relaties met anderen aan te gaan.
2. Hoe kan ik het leren omgaan met relaties en seksualiteit bevorderen?
Stel kind en situatie centraal Omgaan met verschillen
Relationele en seksuele vorming vraagt om een meer incidentele benadering waarin niet de leerstof het uitgangspunt vormt, maar de kinderen zelf: wat hen bezighoudt, wat ze willen weten, welke misvattingen er leven, waar ze zich ongerust over maken.
In de praktijk blijkt dat bij deze benadering soms vooral negatieve of problematische aspecten naar voren komen en meer persoonlijke gevoelens achterwege blijven. Dit evenwicht kan worden hersteld door stimulerend te werken met verhalen en situaties en met eigen gevoelens en ervaringen. Voor jonge kinderen lijkt deze benadering de enig zinvolle te zijn. Voor oudere kinderen is gaandeweg meer geplande aandacht gewenst, omdat ook steeds meer aandacht ontstaat voor seksualiteit als maatschappelijk verschijnsel.
Praten over relaties en seksualiteit ervaren sommige kinderen als taboe en overdreven. De kans is daarom groot dat kinderen met een achtergrond waarin het niet gebruikelijk is om over seksualiteit te spreken, hun mond zullen houden. Zeker wanneer persoonlijke ervaringen en gevoelens ter sprake komen. In groepen met veel kinderen met een dergelijke achtergrond valt te overwegen de aanpak en inhoud van dit thema te beperken tot meer frontale voorlichting, met daarnaast de gelegenheid anoniem vragen te stellen via een vragenbus in de klas. Zo kunnen ervaringen, vragen en problemen van de kinderen toch aan bod komen. Op deze manier wordt het probleem enigszins ondervangen dat sommige kinderen zich niet vrij voelen om over relaties en seksualiteit in het openbaar te spreken. Ze praten er wel over, maar alleen met seksegenoten.
Een andere mogelijkheid om dit probleem enigszins te ondervangen, is dan ook bepaalde onderwerpen in de bovenbouw geheel of gedeeltelijk in een gescheiden jongens- en meisjesgroep te bespreken onder begeleiding van respectievelijk een man en vrouw. Het blijft natuurlijk een moeilijk afwegen van belangen en voor- en nadelen. Maar in ieder geval wordt het daardoor mogelijk ervaringen, gevoelens en kennis uit te wisselen over veranderingen in de puberteit. Dit is zeer essentieel gezien de vele onzekerheden die een dergelijke periode met zich meebrengt.
Verder moet u erop bedacht zijn dat voor sommige kinderen seksuele vorming tijdens de Ramadan beter achterwege kan blijven. Mede door de toenemende multi-etnische samenstelling van de schoolbevolking wordt de vraag belangrijker hoe u hierbij omgaat met verschillen 
De grote diversiteit in gedrag en opvattingen wordt bij uitstek zichtbaar bij een onderwerp als relaties en seksualiteit. Hier krijgen verschillen gewicht, omdat ze sterk worden bepaald door religie, levensbeschouwing of traditie.
Wees er op bedacht dat het onderscheid tussen autochtonen en allochtonen een onbruikbare versimpeling van de werkelijkheid is. In beide groepen bestaan duidelijke onderlinge verschillen die samenhangen met verschillen in regio, klasse, herkomst (stad of platteland), geloofsovertuiging, taal, en dergelijke, naast verschillen die gebaseerd zijn op individuele variaties. Het toeschrijven van bepaalde gebruiken of opvattingen aan een etnische of religieuze groep werkt al vlug stigmatiserend en daarmee averechts.
Probeer bij het bespreken van cultuurverschillen vooral de nadruk te leggen op overeenkomsten. Zo kunt u bij onderwerpen als 'geboorte' en 'trouwen' bijvoorbeeld vertellen dat zich overal bepaalde gebruiken ontwikkeld hebben. Dat die gebruiken op die en die punten overeenkomen en op die en die punten verschillen.
Ga bij verschillen uit van individuen. Laat bij voorkeur een kind vertellen over een bepaald gebruik en spreek het dan aan als individu. Vermijd daarbij vragen als: 'hoe is dat bij jullie?', omdat u daarmee een groepsverband veronderstelt, dat wellicht niet bestaat of niet (graag) gevoeld wordt.
Verschillen in gebruiken en opvattingen in kringgesprekken boven tafel krijgen, lukt alleen in een open sfeer waarin tolerantie of respect is voor verschillen.
En als verschillen niet door de kinderen naar voren worden gebracht (bijvoorbeeld in homogene groepen), moet u zelf de kinderen iedere keer opnieuw laten zien dat de werkelijkheid vele gezichten heeft. Naarmate kinderen ouder worden, wordt hierbij ook het waarom van de verschillen belangrijk.
Zorg ervoor dat de privacy van de gezinsstituatie van een kind niet wordt aangetatst
Bij het centraal stellen van vragen en ervaringen van kinderen moet u er voor waken dat de privacy van gezinssituaties niet wordt aangetast of dat kinderen met schokkende ervaringen van anderen worden geconfronteerd. Voorop staat dat u verantwoordelijk bent voor een vertrouwensrelatie met de kinderen en voor een veilige omgeving. Bij deze meer individuelere benadering dient u zich er wel van bewust te zijn dat zowel het kind als uzelf, de eigen seksualiteit meeneemt in het individuele contact. Een voorbeeld hiervan is jongens die zich moeilijk uiten naar een vrouwelijke leerkracht
Neem de situatie en de ervaringen van de kinderen als vertrekpunt Verliefd?
Door de situatie en de ervaringen van kinderen als vertrekpunt te hanteren, kunt u voorkomen dat relaties en seksualiteit alleen maar vanuit het perspectief van volwassenen wordt bekeken.
Lichamelijke gevoelens en uitingen die volwassenen seksueel noemen, hebben voor kinderen (nog) geen seksueel etiket. Zeker jonge kinderen maken voor eigen gevoelens en ervaringen geen onderscheid tussen wat seksueel is en wat niet. Wat ze onder seks verstaan, staat ver af van de eigen belevingswereld. Ze gebruiken weliswaar woorden en begrippen uit het woordenboek van volwassenen, maar vaak zonder beeld van de betekenis die ze voor volwassenen hebben. (Situatieschets: Verliefd?) 
In de kleutergroep zijn Maarten en Paul dikke vrienden. Als het even kan spelen ze elke dag met elkaar. Sinds kort hebben we het in de groep over verliefd zijn en zonder goed te weten wat het inhoudt, hebben de meeste kinderen al iemand waarop ze verliefd zijn. Vaak ben ik het doelwit. Toen ik aan Maarten vroeg op wie hij verliefd was, zei hij onmiddellijk dat Paul zijn beste vriend was. De volgende dag kwam Maarten naar me toe en zei dat de moeder van Paul had gezegd dat hij niet verliefd op Paul kan zijn, omdat ze alle twee jongens zijn. Hij begrijpt er niets van. Paul wil overigens al niet meer, omdat hij is uitgelachen door zijn vader toen hij het vertelde.
Jammer, want voor kleuters betekent verliefdheid meer zoiets als een bijzondere vriendschap. Jammer genoeg krijgen kinderen al op deze leeftijd van sommige volwassenen te horen dat bepaalde vormen van verliefdheden 'niet horen' of 'niet kunnen.'
(Uit: Kleine mensen, grote gevoelens.)
Gebruik bij het bespreken van relaties en seksualiteit gewone omgangstaal
Het gebruik van omgangstaal voorkomt dat bij het praten over seksualiteit onnodig drempels ontstaan. Die drempels liggen er vooral voor volwassenen bij het gebruik van schuttingtaal. Ook het alternatief, medische taal te gebruiken (vagina, penis, coïtus) is problematisch, omdat die woorden ver van de kinderen afstaan en in de eigen werkelijkheid niet gebruikt worden.
Praktisch gezien is het nuttig eerst met een inventarisatie van gebruikte woorden te beginnen en vervolgens afspraken te maken welke woorden het prettigst klinken en in het vervolg worden gebruikt. Laat meertalige kinderen ook hun eigen woorden inbrengen. Deze inventarisatie en de bespreking daarvan is ook noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de woorden die we kiezen voor iedereen duidelijk zijn.
Zorg voor een ondersteunende omgeving
De eigen klas is uiteraard geen eiland, maar nauw verbonden met wat er verder op school, thuis en in de maatschappij gebeurt. De consequentie hiervan is dat we op schoolniveau goede afspraken moeten maken en ook de communicatie naar collega's en ouders/verzorgers goed moeten regelen.
Collega's Opvattingenformulier Uitspraken Doelen Ik wil dat kinderen: (Uit: Relaties en seksualiteit.)
Het doorspreken van eigen ervaringen met een collega kan de eigen deskundigheid vergroten. Toch is de gebruikswaarde op de langere termijn afhankelijk van het schoolbeleid. Als andere collega's namelijk heel anders werken, bestaat het gevaar dat u met iedere groep opnieuw fors moet investeren in bijvoorbeeld het opbouwen van een goede groepssfeer.
Het minste dat gevraagd mag worden, is wel het op de hoogte zijn van elkaars opvattingen over seksuele vorming binnen het team. De volgende stap ligt dan voor de hand: het op elkaar afstemmen van de diverse opvattingen.
Uitwisseling van opvattingen en onderlinge afstemming kan een steun in de rug geven en veel schroom wegnemen. Een concrete en praktische manier om opvattingen uit te wisselen is een werkbijeenkomst. Een andere mogelijkheid is een gesprek aan de hand van een aantal opvattingen 
Vul dit formulier eerst zelf in en praat vervolgens met elkaar over de uitspraken en doelen.
Wat vindt u van de volgende uitspraken? U kunt kiezen uit: mee eens of niet mee eens.
1. In de onderbouw zijn de kinderen nog te jong voor dit onderwerp.
mee eens/niet mee eens
2. Praten over seksualiteit met kinderen stimuleert alleen maar hun nieuwsgierigheid.
mee eens/niet mee eens
3. Seksuele voorlichting is zowel een taak van de ouders als van de school.
mee eens/niet mee eens
4. Seksualiteit gaat eigenlijk alleen maar over geslachtsgemeenschap en de voortplanting.
mee eens/niet mee eens
Welke doelen hebt u voor ogen, als u met kinderen over relaties en seksualiteit praat? Geef hierbij aan hoe (on)belangrijk u deze doelen vindt. U kunt kiezen uit:
1. (zeer belangrijk)
2. (belangrijk) of
3. (onbelangrijk)
- zich lekker in hun lijf voelen
1 2 3
- hun seksuele gevoelens leren kennen
1 2 3
- ontdekken hoe hun lichaam eruit ziet en werkt
1 2 3
- ontdekken hoe het lichaam van een ander eruit ziet en werkt
1 2 3
- weten hoe ze veilig kunnen vrijen
1 2 3
- weten hoe een gewenste zwangerschap ontstaat
1 2 3
- weten hoe een ongewenste zwangerschap voorkomen kan worden
1 2 3
- leren wat vriendschap en liefde betekent
1 2 3
- hun eigen keuzes leren bepalen m.b.t. seksualiteit
1 2 3
- leren praten over seksualiteit
1 2 3
- leren respect te hebben voor de seksualiteit van een ander
1 2 3
- ..............................................................................
1 2 3
- ..............................................................................
1 2 3
- ..............................................................................
1 2 3
Ouders/verzorgers Ouderbijeenkomst op een andere manier
In de praktijk is het meestal niet mogelijk om de twee opvoedingsmilieus helemaal op elkaar af te stemmen. Daarvoor zijn de thuissituaties vaak te divers. Bovendien heeft de school een eigen verantwoordelijkheid, waarbij de belangen van de kinderen en maatschappelijke belangen een rol spelen. Soms blijkt dat deze belangen niet in het verlengde liggen van de wensen en opvattingen van sommige ouders. Maar ook al wijken opvattingen en praktijken van school en ouders soms wat af, het blijft natuurlijk noodzakelijk goed op de hoogte te zijn van elkaars opvattingen en aanpak.
Een goede mogelijkheid hiervoor biedt een themabijeenkomst waarop ouders worden geïnformeerd en ook gemotiveerd.
Zo'n bijeenkomst kan zich het best richten op een wat breder thema, bijvoorbeeld de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Het thema relaties en seksualiteit vormt hier in feite een belangrijk onderdeel van. De zwaarte valt vaak weg als blijkt dat op school geen apart programma voor relaties en seksualiteit wordt gegeven, maar hieraan aandacht wordt besteed binnen het thema sociaal-emotionele ontwikkeling. En dan nog vaak op een incidentele wijze.
Voor ouders met een andere etnische achtergrond dan de Nederlandse is het verstandiger om de bijeenkomst op een andere manier 
Op zich biedt de hiervoor geschetste ouderbijeenkomst kansen om onderlinge verschillen zichtbaar en bespreekbaar te krijgen. Toch komen er situaties voor waarin een dergelijke communicatie tussen ouders onderling en tussen ouders en school niet mogelijk is of riskant. Bijvoorbeeld als we te maken hebben met ouders die niet gewend zijn om over relaties en seksualiteit te spreken. Voor deze ouders ligt een voorlichtingsbijeenkomst over het schoolprogramma meer voor de hand.
Om misverstanden en het risico van een eventuele vertrouwensbreuk te voorkomen, kiezen sommige scholen de gemakkelijkste weg: geen relationele en seksuele vorming. Dat lost natuurlijk niets op en doet juist de kinderen te kort. Beter is het om het programma qua inhoud en aanpak te beperken. Dit kwam eerder aan de orde in de paragraaf 'Omgaan met verschillen.' Een andere en/of aanvullende mogelijkheid is gebruik te maken van de invloed van een opinieleider uit de betreffende etnische groep bij het voorlichten van de ouders. Hierdoor ontstaat meer vertrouwen en wordt het ook makkelijker om de desbetreffende ouders op school te krijgen. Deze opinieleider kunt u eventueel ook als adviseur betrekken bij het ontwikkelen van het eigen schoolbeleid.
Biedt kinderen de ruimte voor hun eigen morele ontwikkeling Situatieschets Besneden
Ons praten, denken en handelen wordt sterk beïnvloed door de eigen waarden en normen. Zeker bij onderwerpen op het terrein van relaties en seksualiteit. Het zonder meer overdragen van eigen waarden en normen biedt kinderen geen kans tot eigen opvattingen te komen. Door de soms grote individuele verschillen brengen we kinderen daardoor op zijn minst in verwarring.
Het is uiteraard onmogelijk om objectief over deze onderwerpen te praten. Wel moeten we ruimte bieden voor de eigen morele ontwikkeling van kinderen door respect te tonen voor persoonlijke, culturele en religieuze verschillen die bijvoorbeeld tot uiting komen in verschillende leefstijlen (leefvormen, relaties, sekserollen en sekse-identiteit). (Situatieschets: Besneden) 
De kinderen hebben net gymles gehad. Ze komen terug in de klas en ik merk gelijk dat ze onrustig zijn. Ze zijn aan het giechelen en het kletsen. Ik vraag aan Jurre wat er is. Hij vertelt dat ze na de gymles hebben gezien dat de piemels van Mohammed en Avi er anders uitzien dan van de overige jongens. Ik weet dat Mohammed en Avi besneden zijn. Ik leg aan de klas uit dat besnijden meestal gedaan wordt vanwege het geloof (islam of jodendom) van de ouders van de jongen. In sommige landen wordt er rond de besnijdenis van een jongen een heel feest gevierd, omdat het in die landen een belangrijke gebeurtenis is. Daarnaast kan de besnijdenis de stap naar volwassenheid markeren. De dokter haalt dan onder verdoving de voorhuid weg; dat is het vel dat om het uiteinde van de piemel zit. De eikel, het uiteinde van de piemel, komt dan bloot te liggen. Op deze manier is de eikel makkelijker schoon te houden. Jurre zegt: 'Dat wil ik ook wel, als dat veel schoner is?.'
(Uit: Kleine mensen, grote gevoelens.)
3. Welke ontwikkeling maken kinderen door en wat zijn zinvolle Tussendoelen
tussendoelen 
Tussendoelen zijn onderwijsdoelen voor een bepaalde leeftijdsgroep, die samen met de tussendoelen voor de andere leeftijdsgroepen een samenhangende leerlijn vormen.
Omgaan met relaties en seksualiteit wordt sterk beïnvloed door de waarden en normen die kinderen van huis uit meekrijgen (zie: Aandachtspunten bij het bespreken van relatie en seksualiteit in allochtone groepen).
Voor de diverse leeftijdsgroepen groep 1-2, groep 3-4, groep 5-6 en groep 7-8 geven we hier een korte schets van de ontwikkeling van kinderen: ontwikkeling/rijping, kritische momenten in de ontwikkeling, risico's.
Zowel de gesignaleerde kansen als de risico's zijn indicaties voor de wenselijkheid om de betreffende aspecten een plaats te geven in het onderwijsprogramma (bijvoorbeeld door ze op te nemen in Leerlijnen).
De ontwikkelschetsen zijn in feite profielschetsen van het gemiddelde van een bepaalde leeftijdsgroep. In de praktijk vragen deze profielschetsen om nadere invulling en differentiatie, omdat kinderen nu eenmaal grote verschillen vertonen: rijping, leeftijd, milieu. Naarmate de kinderen ouder worden, zien we deze verschillen vaak toenemen.
Door de ontwikkeling van de kinderen op dit terrein goed te volgen, bijvoorbeeld met een leerlingvolgsysteem, krijgt u de specifieke informatie die de eigen situatie in beeld brengt.
4. Hoe kan ik in de les aandacht besteden aan omgaan met relaties en seksualiteit?
In de lessuggesties wordt vaak een beroep gedaan op de luister- en spreekvaardigheid van kinderen. De lessuggesties hebben dan ook een directe en sterke relatie met taalontwikkeling en taalverwerving. Kijk op "Werken aan": Inleven in de ander, paragraaf 1.
Lessuggesties voor
Voor alle lessugggesties, maar met name in groep 7/8 geldt, dat de sfeer in de klas heel veilig moet zijn, willen kinderen over deze onderwerpen kunnen praten.