Maak gebruik van opdrachten waarin leerlingen de volgende vragen beantwoorden:
Hoe weten anderen dat jij het bent? Waaraan kunnen ze je herkennen? Hoe voelt het als je anders bent dan anderen?
Wat kun je al? Wat kun je nog niet, maar wil je wel graag? Hoe kun je dat bereiken? Wat mag je nog niet, maar wil je wel? Hoe kan dat veranderen?
Van wie houd je of wie vind je aardig? Waarom vind je iemand aardig? Wat vinden anderen aardig aan jou?
Interview
Laat twee kinderen elkaar interviewen. Elk interview bestaat uit een algemeen deel (vragen die door u zijn opgesteld en waarmee elk interview begint) en een vrij deel (vragen die de interviewer zelf bedenkt).
Het interview heeft als doel het beter leren kennen van je klasgenoten en duurt zo'n 5 tot 10 minuten. Draai zelf ook mee. Zo leren de kinderen u ook wat beter kennen. Demonstreer het interview de eerste keer en laat zien dat doorvragen erg verhelderend kan zijn.
Vragen die gesteld kunnen worden zijn: